| 4WD |
Vierwielaandrijving. Alle vier de wielen worden rechtstreeks aangedreven door de motor. |
| ABS |
Antiblokkeringssysteem voor de remmen. Met ABS worden de remmen binnen een fractie van een seconde telkens opnieuw geactiveerd en losgelaten, om te voorkomen dat de wielen blokkeren. Zo houdt u de auto onder controle. |
| Achteruitrijsensor en achteruitrijcamera |
Sensors in de bumper die vaststellen of er zich achter de auto obstakels bevinden binnen een afstand van 1,5 meter en de bestuurder via pieptonen laten weten hoe veel ruimte hij nog heeft. Als er minder dan 30 cm afstand is tot het obstakel krijgt u een ononderbroken pieptoon. De achteruitrijcamera laat zien wat er zich achter de auto bevindt. |
| Actieve veiligheid |
Veiligheidsvoorzieningen die de auto actief laten reageren om ongelukken te voorkomen (meestal d.m.v. sensors), bijvoorbeeld ABS of ESP. |
| Airbag |
Met lucht gevulde zak die voorkomt dat u bij ernstige botsingen verwondingen oploopt aan hoofd en bovenlichaam. Voor-airbags ontvouwen zich vanuit het stuurwiel en het dashboard. Zij-airbags komen uit het portier; gordijn-airbags komen uit het dak. |
| All-mode 4x4 |
Een systeem voor vierwielaandrijving dat automatisch in werking treedt wanneer dat nodig is (bijvoorbeeld wanneer de weg glad is door modder of sneeuw). Geeft maximale tractie en reageert onmiddellijk. |
| Automatische versnelling |
Automatische overbrenging die door- en terugschakelt zonder dat de bestuurder de koppeling hoeft in te trappen. |
| Birdview |
Nissan navigatiesysteem. Met driedimensionale beelden laat Birdview de weg vóór u zien, vanuit het gezichtspunt van een vliegende vogel. |
| Boring x slag |
In een motor: de verhouding tussen de doorsnede van de cilinderboring en de lengte van de zuigerslag. Deze verhouding geeft aan of de motor gericht is op snelheid of op koppel. Een langeslagmotor (waarbij de lengte van de zuigerslag groter is dan de doorsnede van de cilinderboring) levert meer koppel, ten koste van het maximumvermogen. Een korteslagmotor levert meer motorvermogen met minder koppel bij lagere toerentallen. |
| Brandstofcel |
Prototype van een aandrijfsysteem. De brandstofcel wekt elektriciteit op door zuurstof te vermengen met waterstof. Het enige afvalproduct is waterdamp. |
| Brandstofinspuiting |
Bij brandstofinspuiting wordt de brandstof onder druk in de verbrandingskamer van de motor gespoten. |
| Cardanas |
Ook wel aandrijfas genoemd. Bij een auto met achterwielaandrijving: de as die het vermogen van de versnellingsbak overbrengt naar het differentieel. |
| Carrosserietype |
Het type auto zoals bepaald door de vorm of stijl van de carrosserie, bijvoorbeeld sportwagen, terreinwagen enz. |
| Chassis |
Het frame dat steun biedt aan de carrosserie, de motor, de aandrijflijn en de ophanging van een auto. |
| CO2-uitstoot |
De hoeveelheid kooldioxidedampen die een voertuig produceert. CO2 is milieuvervuilend. |
| Combi |
De aanduiding van de Nissan Interstar die ruimte biedt aan zowel passagiers als lading. De Combi biedt plaats aan 5, 6, 8 of 9 personen. |
| Common rail |
Directe dieselinspuiting waarbij de druk in de gehele brandstofleiding constant blijft. De elektronica van de motor regelt de inspuitdruk en de timing, afhankelijk van het toerental en de belasting. |
| CVT-versnelling |
Continu-variabele Transmissie. De overbrengingsverhouding verandert geleidelijk en niet stapsgewijs zoals bij een handgeschakelde versnellingsbak. Voor dit systeem wordt een metallic V-snaar gebruikt. Nissan gebruikt een V-rol. |
| Differentieel |
Onderdeel van de overbrenging, tussen de versnellingsbak en de wielen. Het differentieel maakt het mogelijk dat de linker- en rechterwielen of de voor- en achteras met verschillende snelheden draaien, om te voorkomen dat de wielen gaan schuren. |
| EBD |
Electronic Brakeforce Distribution, elektronische remkrachtverdeling. Functie in sommige ABS-systemen om de remkracht optimaal te verdelen tussen de voor- en achterwielen, ongeacht de belasting of de druk op het rempedaal. |
| EGR (Uitlaatgasrecirculatie) |
Het EGR-systeem verzamelt een deel van de uitlaatgassen en leidt die via het inlaatspruitstuk terug naar de motor. Zo wordt er minder zuurstof gebruikt bij het verbrandingsproces. Bovendien beperkt het temperatuurpieken en vermindert het de uitstoot van stikstofoxide. |
| ESP |
Electronic Stability Program, elektronisch stabiliteitsprogramma. In gevaarlijke situaties stabiliseert ESP de auto automatisch door elk wiel afzonderlijk af te remmen en indien nodig het koppel te verminderen. Vele sensors meten de draaisnelheid van de wielen, de stuurhoek en de draaiing van de auto om de verticale as. |