Nissan Juke 2024 Gebruikershandleiding
7.20.6.3. Display en indicatielampjes voor stuurhulp (voertuigen met handgeschakelde versnellingsbak)

Stuurhulpstatusindicatielampje/-waarschuwing
Toont de stuurhulpstatus door middel van de kleur van het indicatielampje/waarschuwing
Grijs: Stuurhulp op stand-by
Groen: Stuurhulp actief
Geel: Storing in de stuurhulp
Rood: Handen los van het stuurwiel gedetecteerd
Rijstrookmarkeringindicatielampje
Geeft aan of het systeem rijstrookmarkeringen detecteert
Grijs: Rijstrookmarkeringen niet gedetecteerd
Groen: Rijstrookmarkeringen gedetecteerd
Geel: Onbedoeld verlaten van rijstrook wordt gedetecteerd
Stuurhulpstatusindicatielampje
Toont de stuurhulpstatus door middel van de kleur van het indicatielampje/waarschuwing
Grijs: Stuurhulp op stand-by
Groen: Stuurhulp actief
Indicatielampje rijstrookmarkering/indicatielampje snelheidsregelingstatus/indicatielampje ingestelde volgafstand
Toont de stuurhulpstatus door middel van de kleur van het indicatielampje rijstrookmarkering.
Rijstrookmarkeringsindicatielampje (geen rijstrook): Stuurhulp uitgeschakeld
Rijstrookmarkeringsindicatielampje (groen): Stuurhulp actief
Rijstrookmarkeringsindicatielampje (grijs): Stuurhulp op stand-by
Wanneer de stuurhulp in werking is, worden het stuurhulpstatusindicatielampje/-waarschuwing (1), het rijstrookmarkeringsindicatielampje (2) en het stuurhulpstatusindicatielampje (3) op het voertuiginformatiedisplay groen.
Wanneer de stuurhulp in stand-by gaat, worden het stuurhulpstatusindicatielampje (1), het rijstrookmarkeringsindicatielampje (2) en het stuurhulpstatusindicatielampje (3) op het voertuiginformatiedisplay grijs. Als de stuurhulp automatisch is uitgeschakeld omdat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor activering, zal een dubbel geluidssignaal klinken.
Lane Assist
Wanneer een bocht of sterke zijwind de capaciteiten van de stuurhulp overschrijdt en uw auto de linker- of rechterzijde van de rijstrook nadert, gaat het stuur trillen, klinkt er een waarschuwingssignaal en gaat het Lane Assist-controlelampje (geel) knipperen op het dashboard om de bestuurder te waarschuwen. Het Lane Assist-systeem zal vervolgens gedurende korte tijd automatisch remmen om de bestuurder te helpen terug te keren naar het midden van de rijstrook. Deze actie wordt toegevoegd aan eventuele andere acties van de stuurhulp. Voor meer informatie, raadpleeg
.Detectie handen aan het stuur

Wanneer de stuurhulp wordt geactiveerd, zal deze toezicht houden op de bediening van het stuurwiel door de bestuurder.
Als het stuurwiel niet wordt bediend of de bestuurder haalt gedurende bepaalde tijd zijn/haar handen van het stuur, dan wordt de waarschuwing (1) op het voertuiginformatiedisplay weergegeven en gaat het waarschuwingslampje Handen LOS van het stuurwiel branden.
Als na het verschijnen van de waarschuwing de bestuurder nog steeds het stuurwiel niet bedient, zal er een alarmsignaal klinken en knippert de waarschuwing op het voertuiginformatiedisplay, waarna het stuurhulpsysteem wordt uitgeschakeld.

Stuurhulp is geen systeem voor handsfree rijden. Houd altijd uw handen aan het stuur en rijd uw auto veilig. Als u dit niet doet kan dit leiden tot een botsing met ernstig persoonlijk letsel of de dood tot gevolg.

Als de bestuurder het stuurwiel licht aanraakt (in plaats van stevig vastpakt), detecteert stuurhulp de stuurwielbediening mogelijk niet en kan de waarschuwing worden weergegeven. Wanneer de bestuurder het stuurwiel weer vasthoudt en bedient, gaat de waarschuwing uit en wordt de werking van de stuurhulp automatisch hervat.
Stuurhulp inschakelen/uitschakelen
Gebruik de volgende methoden om de stuurhulp in of uit te schakelen.
Rijhulpschakelaar op het stuurwiel
Druk op de ProPILOT Assist-schakelaar. Dit schakelt ICC naar de standby-modus. Let op dat de stuurhulp mogelijk al ingeschakeld is, afhankelijk van de instellingen in het menu [Instellingen]. Deze instellingen worden behouden als de motor opnieuw wordt gestart.
Druk dan op <SET> in de schakelaar aan de rechterkant van het stuurwiel om de snelheid van de cruise control in te stellen. Wanneer het systeem duidelijke rijstrookmarkeringen detecteert, zullen de stuurhulppictogrammen groen worden en zal het stuurhulpsysteem actief zijn.
Het stuurhulppictogram blijft grijs als er met de auto gereden wordt met snelheden onder 60 km/u (37 MPH).
Stuurhulpschakelaar
Om de stuurhulp AAN of UIT te zetten, drukt u op de stuurhulpschakelaar op het dashboard.

Wanneer de stuurhulpschakelaar wordt gebruikt om het systeem AAN of UIT te zetten, onthoudt het systeem de instelling wanneer de motor opnieuw wordt gestart. De schakelaar moet nogmaals ingedrukt worden om de instelling te veranderen in AAN of UIT.
De stuurhulpschakelaar verandert de status van de [Stuurhulp]-keuze die gemaakt is in het scherm [Instellingen] op het voertuiginformatiedisplay.
Instellen op het voertuiginformatiedisplay
Druk op
of
knoppen aan de linkerkant van het stuurwiel tot het menu [Instellingen] wordt weergegeven in het voertuiginformatiedisplay en druk op de <OK> knop.Gebruik de
en
knoppen op het stuurwiel om [Bestuurdersmodus] te markeren en druk op de <OK> knop.Druk wanneer [Stuurhulp] is gemarkeerd op de <OK> knop om de status van het stuurhulpsysteem in of uit te schakelen.
Een controlelampje geeft aan dat stuurhulp is geselecteerd.

Wanneer het stuurhulpscherm op het voertuiginformatiedisplay verschijnt, druk dan op de <OK>-knop op het stuurwiel om het instellingenmenu [Rij-assistentie] te tonen.
Wanneer het systeem wordt ingeschakeld/uitgeschakeld via het voertuiginformatiedisplay, of wanneer de stuurhulpschakelaar wordt ingedrukt, behoudt het systeem de huidige instellingen ook al wordt de motor opnieuw gestart.