Nissan Juke 2024 Gebruikershandleiding
7.17.2. Het Lane Assist-systeem inschakelen/uitschakelen

- Lane Assist-systeem OFF-indicatielampje (op het voertuiginformatiedisplay)
- Voertuiginformatiedisplay
- Bedieningen op het stuurwiel (linkerzijde)
- Sneltoets
Voer een van de volgende stappen uit om het Lane Assist-systeem in of uit te schakelen.
Snelmenu
Type A:
Het Lane Assist-systeem kan in- of uitgeschakeld worden met behulp van [Best.ass. aangep.] en [Aangep. Modusinst.].
Type B
Druk op de snelknop (4) op het stuurwiel om [Menu snelkoppel.] weer te geven.
Selecteer [Rijstrookassistent] en druk in om het systeem in of uit te schakelen.
Raadpleeg
voor meer details.Type A en B
Instellingen
Druk op de

knop totdat [Instellingen] op het voertuiginformatiedisplay verschijnt en druk dan op de <OK>-knop. Gebruik de omhoog- en omlaagknoppen om [Rij-assistentie] te selecteren. Druk dan op de <OK>-knop.Selecteer [Lane Assist] en druk op de <OK>-knop.
Selecteer [Rijstrookassistent] en druk op de <OK>-knop om het systeem in of uit te schakelen.
Wanneer [Rijstrookassistent] wordt uitgeschakeld, verschijnt het Lane Assist-systeem OFF-indicatielampje.
Zie voor meer informatie
.Instelling [Geav. rijstr.]
U kunt de instelling [Geav. Rijstr.] instellen met behulp van het menu [Instellingen] op het voertuiginformatiedisplay.
[Geav. Rijstr.] werkt alleen wanneer de instelling [Rijstrookassistent] AAN staat.
Voor type A:
Wanneer de instelling [Best.ass. aangep.] AAN staat, kan [Rijstrookassistent] niet worden aangepast via het menu [Instellingen]. Om de instelling [Rijstrookassistent] aan te passen wanneer [Best.ass. aangep.] AAN staat, ga naar het menu [Aangep. Modusinst.] in [Menu snelkoppel.].
Zie voor meer informatie
.Druk op de

knop totdat [Instellingen] op het voertuiginformatiedisplay verschijnt en druk dan op de <OK>-knop.In het menu [Instellingen], selecteer de toets [Rij-assistentie] met behulp van
,
druk dan op de <OK>-knop.Selecteer het submenu [Lane Assist] door te drukken op de <OK>-knop.
Selecteer [Geav. rijstr.]
AAN
UIT

De AAN/UIT-instelling van [Geav. Rijstr.] blijft behouden ook al wordt de motor opnieuw gestart.
De instelling [Rijstrookassistent] zal automatisch worden ingeschakeld elke keer dat de motor opnieuw wordt gestart.
Ook al is het Lane Assist-systeem uitgeschakeld in het menu [Instellingen], het Lane Assist-systeem zal automatisch worden ingeschakeld wanneer het stuurhulpsysteem (indien aanwezig) actief is.
Daarna, wanneer het stuurhulpsysteem stopt met werken, keert de toestand van het Lane Assist-systeem terug naar de toestand van voor de werking van het stuurhulpsysteem,
Toegepaste wegomstandigheden:
[Rijstrookassistent]: Lane assist op de weg met doorlopende lijn
[Geav. rijstr.]: Lane assist op de weg met onderbroken lijn.

De waarschuwingsfunctie zal automatisch worden ingeschakeld elke keer dat de motor opnieuw wordt gestart.