Nissan Juke Hybrid 2023 Gebruikershandleiding
7.11.1.2.BLUETOOTH® instellingen
Open het instelmenu van de telefoon via de
(telefoon) knop, selecteer de [Bluetooth] toets en controleer of de Bluetooth® is ingeschakeld (standaard instelling is aan, druk op de <OK> knop als dit niet het geval is).
Voor het instellen van het Bluetooth® systeem voor het koppelen (verbinden of registreren) van uw voorkeur mobiele telefoon, volg de volgende procedure.
Gebruik voor het koppelen van een apparaat de [Scan apparaat] toets of de [Apparaat koppelen] toets.
Tot 5 verschillende Bluetooth® apparaten kunnen worden verbonden. U kunt echter maar afspelen van één apparaat tegelijk. Als 5 verschillende Bluetooth${1} geregistreerde apparaten zijn geregistreerd, kan een nieuw apparaat alleen één van de 5 bestaande gekoppelde apparaten vervangen. Gebruik de [App. verwijd.]-toets om één van de bestaande gekoppelde apparaten te wissen. Zie voor meer informatie
.Wanneer de koppeling met succes tot stand is gebracht, verschijnt een melding en keert het display van het audiosysteem terug naar het display van de huidige audiobron. Tijdens verbinding worden de volgende statuspictogrammen getoond (linksboven van het display): Signaalsterkte (
), Batterijstatus* (
) en Bluetooth® “ON” (
).
*: Als het bericht batterij bijna leeg verschijnt, moet het Bluetooth® apparaat snel worden opgeladen.
De koppelingsprocedure en -werking zijn afhankelijk van het type apparaat en de compatibiliteit. Zie de Bluetooth® gebruikshandleiding voor meer informatie.

Raadpleeg voor meer informatie over het apparaat de handleiding van uw audio/mobiele telefoon.
Ga voor hulp met de Bluetooth® audio/mobiele telefoon integratie naar uw plaatselijke NISSAN-dealer of een erkend garagebedrijf.
Maximaal 5 Bluetooth® apparaten kunnen aan het systeem gekoppeld worden.
Voor het instellen van het Bluetooth${1} systeem met een apparaat zijn de volgende items beschikbaar:

[Scan app.]
Toont alle beschikbare zichtbare Bluetooth® apparaten en start de Bluetooth${1} verbinding van het audio-apparaat.
[App. koppelen]
Start de Bluetooth® verbinding van het mobiele apparaat.
[App. select.]
Gekoppelde Bluetooth® apparaten worden weergegeven en kunnen worden geselecteerd voor verbinding.
[App. verwijd.]
Een geregistreerd Bluetooth® apparaat kan worden gewist.
[Bluetooth]
Als deze instelling is uitgeschakeld, wordt de verbinding tussen de Bluetooth® apparaten en de Bluetooth${1} module in het voertuig geannuleerd.
[Scan app.]
Druk op de
knop. Selecteer [Scan app.]Het audio-apparaat zoekt naar Bluetooth® apparaten en toont alle zichtbare apparaten.
Door op de
knop te drukken wordt het zoeken afgebroken.Selecteer het te koppelen apparaat.
Gebruik de <MENU> draaiknop en druk in om te selecteren.
De koppelingsprocedure is afhankelijk van het apparaat waarmee u verbinding wilt maken:
Apparaat zonder PIN-code:
De Bluetooth® verbinding wordt automatisch tot stand gebracht zonder verdere invoer.
Apparaat met PIN-code:
Twee verschillende koppelmethodes zijn mogelijk afhankelijk van het apparaat:
Type A:
Het bericht [Te koppelen] [Pincode invoeren] 0000 en een afteltimer worden weergegeven.
Bevestig de PIN-code op het apparaat.
De Bluetooth® verbinding wordt tot stand gebracht.
Als de afteltimer 0 bereikt wordt de poging om de apparaten te koppelen geannuleerd.
Type B:
Het bericht [Koppelingsaanvraag] en [Wachtw. bevestigen] wordt samen met een 6-cijferige code weergegeven. De unieke en identieke code moet op het apparaat weergegeven worden. Als de code identiek is, bevestig dit dan op het apparaat.
De Bluetooth® verbinding wordt tot stand gebracht.
App. koppelen
Schakel Bluetooth® in op het audiosysteem. Zie
.Gebruik het audiosysteem om te koppelen:
Druk de
knop in op het dashboard. Selecteer de toets [App. koppelen].De koppelingsprocedure is afhankelijk van het Bluetooth®-apparaat waarmee u verbinding wilt maken:
Apparaat zonder PIN-code:
De Bluetooth®-verbinding zal automatisch tot stand worden gebracht zonder verdere invoer.
Apparaat met PIN-code:
Twee verschillende koppelmethodes zijn mogelijk afhankelijk van het apparaat. Zie voor de juiste proceduredetails
.
Gebruik het Bluetooth®-audioapparaat/mobiele telefoon om te koppelen:
Schakel de zoekmodus naar Bluetooth®-apparaten in. Als via de zoekmodus het audiosysteem wordt gevonden, dan wordt dit getoond op het display van het apparaat.
Selecteer het systeem dat wordt aangegeven als [My Car].
Voer de nummercode in die wordt weergegeven op het relevante Bluetooth® apparaat met het eigen toetsenblok van het apparaat en druk op de bevestigingstoets op het apparaat en de <MENU>/<OK> draaiknop op het audio-apparaat.
Wanneer een Apple-apparaat via de USB-verbindingspoort en Bluetooth® wordt verbonden, zal het apparaat als USB-apparaat worden herkend. De batterij van het Apple-apparaat wordt opgeladen terwijl de kabel is aangesloten op de USB-verbindingspoort.
Raadpleeg voor meer informatie de Handleiding van het Bluetooth®-apparaat.
[App. select.]
Het gekoppelde apparaat toont welke Bluetooth® audio- of mobiele telefoon apparaten zijn gekoppeld of geregistreerd met het Bluetooth${1} audiosysteem. Als de lijst apparaten bevat, selecteer dan het juiste apparaat om te verbinden met het Bluetooth${1} audiosysteem.
De volgende symbolen (indien aanwezig) geven de mogelijkheden van het geregistreerde apparaat aan:
: Mobiele telefoonintegratie
: Audiostreaming (A2DP – Advanced Audio Distribution Profile)
[App. verwijd.]
Een geregistreerd apparaat kan worden verwijderd uit het Bluetooth® audiosysteem. Selecteer een geregistreerd apparaat en druk dan op <OK> om het verwijderen te bevestigen.
[Bluetooth]
Als Bluetooth® is ingeschakeld is, verschijnt de melding [AAN/UIT] wanneer u [Bluetooth] in het telefoonmenu selecteert (druk op
). Om het Bluetooth${1} signaal aan te zetten, druk op <OK> en er verschijnt een opvolgscherm. Selecteer dan [AAN] en druk op
om het Bluetooth${1} instellingenmenu te tonen.