Nissan Juke Hybrid 2024 Gebruikershandleiding

8.14.3. Beperkingen van het Lane Assist-systeem

image

Hieronder worden de systeembeperkingen van het Lane Assist-systeem vermeld. Nalaten om de auto te bedienen in overeenstemming met deze systeembeperkingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

  • Het Lane Assist-systeem wordt mogelijk geactiveerd als u een rijstrookmarkering en wegrand overschrijdt zonder eerst de richtingaanwijzer te activeren of, bijvoorbeeld, als het verkeer op een weg met wegwerkzaamheden omgeleid wordt over een bestaande rijstrookmarkering. Als dit gebeurt moet u waarschijnlijk corrigerend bijsturen om de verandering van rijstrook te kunnen voltooien.

  • Aangezien het Lane Assist-systeem wellicht niet altijd in werking treedt onder de weg-, weers- en rijstrookmarkeringsomstandigheden die in deze sectie beschreven staan, wordt het mogelijk niet altijd geactiveerd als uw auto de rijstrook dreigt te verlaten, waardoor u zult moeten bijsturen om te corrigeren.

  • Het Lane Assist-systeem werkt niet bij snelheden onder de operationele snelheid of als het geen rijstrookmarkeringen kan detecteren.

  • Gebruik het Lane Assist-systeem NIET onder de volgende omstandigheden, dit kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van het voertuig met risico op een ongeval en letsel of overlijden.

    • Wanneer u rijdt zonder normale bandencondities (bijvoorbeeld bandenslijtage, lage bandenspanning, montage van andere banden dan Nissan-gecertificeerde standaardbanden, sneeuwkettingen, niet-standaard wielen). Zie

      .
    • Wanneer de auto is uitgerust met niet-originele remonderdelen of ophangingsonderdelen.

    • Wanneer een aanhangwagen of een ander voertuig wordt gesleept.

  • Het Lane Assist-systeem werkt mogelijk niet goed onder de volgende omstandigheden

    • Tijdens slecht weer (regen, mist, sneeuw, enz.).

    • Wanneer u op glad wegdek rijdt, zoals op ijs of sneeuw.

    • Wanneer u op bochtige of ongelijke wegen rijdt.

    • Wanneer een rijstrook afgesloten is wegens wegwerkzaamheden.

    • Wanneer u op een tijdelijke of geïmproviseerde rijstrook rijdt.

    • Wanneer u op een te smalle rijstrook rijdt.

    • Op wegen met meerdere parallelle rijstrookmarkeringen; vage rijstrookmarkeringen; gele rijstrookmarkeringen; ongewone rijstrookmarkeringen; of rijstrookmarkeringen die bedekt zijn met water, vuil, sneeuw, enz.

    • Op wegen waarvan de rand niet duidelijk zichtbaar is.

    • Op wegen waar onderbroken markeringen nauwelijks zichtbaar zijn.

    • Op wegen met scherpe bochten.

    • Op wegen met scherp contrasterende objecten, zoals schaduwen, sneeuw, water, wielsporen, naden of lijnen die zijn achtergebleven na wegwerkzaamheden. (Het Lane Assist-systeem kan deze elementen detecteren als rijstrookmarkeringen.)

    • Op wegen waar rijstroken samengevoegd of gesplitst worden.

    • Wanneer de rijrichting van het voertuig niet op een lijn ligt met de rijstrookmarkering.

    • Wanneer u dicht op de auto voor u rijdt, waardoor het detectiebereik van de camera belemmerd wordt.

    • Bij regen, sneeuw, vuil of een voorwerp op de voorruit voor de rijstrookcamera.

    • Wanneer de koplampen niet genoeg licht afgeven door vuil op de lens of verkeerde afstelling.

    • Wanneer er scherp licht in de camera schijnt. (Bijvoorbeeld direct zonlicht bij zonsopgang of zonsondergang.)

    • Bij plotselinge veranderingen in de lichtomstandigheden. (Bijvoorbeeld wanneer het voertuig een tunnel in- of uitrijdt of onder een brug doorrijdt.)

    • Overmatig lawaai kan het geluid van het waarschuwingssignaal overstemmen waardoor het mogelijk niet gehoord wordt.

image

Wanneer het Lane Assist-systeem in werking is, hoort u wellicht remgeluiden. Dit is normaal en geeft aan dat het Lane Assist-systeem correct werkt.

Hoofdonderwerp: