Nissan Qashqai e-POWER 2024 Gebruikershandleiding
8.20.5. Het ProPILOT Assist-systeem bedienen

- Afstandsschakelaar:
- Verandert de volgafstand van de auto:
- Ver → Gem. → Dichtbij → Ver
- <RES+> schakelaar:
- Hervat de ingestelde snelheid of verhoogt de snelheid stapsgewijs.
- <CANCEL> schakelaar:
- Schakelt het systeem uit zonder de ingestelde snelheid te wissen.
- <SET–> schakelaar:
- Stelt de gewenste kruissnelheid in, vermindert de snelheid stapsgewijs.
- ProPILOT Assist-schakelaar:
- Hoofdschakelaar om het systeem te activeren.
Druk op de ProPILOT Assist-schakelaar (5). Hierdoor wordt het ProPILOT Assist-systeem ingeschakeld en wordt de status van het ProPILOT Assist-systeem op het voertuiginformatiedisplay getoond.
Geef gas of minder vaart tot de gewenste snelheid is bereikt.
Druk op de <SET-> schakelaar. Het ProPILOT Assist-systeem zal beginnen de ingestelde snelheid automatisch aan te houden. Het ProPILOT Assist [CRUISE]-indicatielampje en de ProPILOT Assist-indicatielampjes gaan branden (blauw), het indicatielampje snelheidsregelingstatus en de ingestelde snelheid lichten groen op.
Wanneer een voorligger met een snelheid van 30 km/u (20 MPH) of minder rijdt en de <SET-> schakelaar wordt ingedrukt, dan wordt de snelheid van uw auto ingesteld op 30 km/u (20 MPH).

Door het ProPILOT Assist-systeem in te schakelen wordt ook het Emergency Lane Assist-systeem (ELA) ingeschakeld. Voor meer informatie, raadpleeg
.Wanneer de <SET-> schakelaar onder de volgende omstandigheden wordt ingedrukt, kan het ProPILOT Assist-systeem niet worden ingesteld en gaan de indicatielampjes ingestelde voertuigsnelheid gedurende ongeveer twee seconden knipperen:
Wanneer u onder de 30 km/u (20 MPH) rijdt en de voorligger niet wordt gedetecteerd.
Wanneer het schakelsysteem niet in de D-stand (rijden) staat.
Wanneer de parkeerrem is geactiveerd.
Wanneer de bestuurder de remmen intrapt.
Wanneer het ESP-systeem uit staat. Voor meer informatie over het ESP-systeem, zie
.Wanneer ESP (inclusief het tractiecontrolesysteem) in werking is
Wanneer een wiel slipt.
Wanneer een portier open staat.
Wanneer de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is vastgemaakt.
Wanneer de Intelligent Parking Assist (IPA) (indien aanwezig) is geactiveerd.