Nissan X-Trail e-POWER 2024 Gebruikershandleiding

8.2.4. Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)

Elke band moet maandelijks gecontroleerd worden wanneer de band koud is, en zo nodig opgepompt worden tot de spanning aanbevolen door de fabrikant zoals aangegeven op de bandenspanningssticker. (Als uw auto banden heeft met een andere maat dan die wordt aangegeven op het voertuigplaatje of op de bandenspanningssticker, moet u de juiste bandenspanning bepalen voor die banden.)

Voor extra veiligheid is uw auto voorzien van een bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) dat het waarschuwingslampje lage bandenspanning laat branden wanneer tenminste een van de banden aanzienlijk leeg is. Daarom moet u, wanneer het waarschuwingslampje voor lage bandenspanning brandt, zo snel mogelijk stoppen en al uw banden controleren en ze op de juiste spanning brengen. Rijden met banden met een veel te lage bandenspanning kan oververhitting van de band veroorzaken hetgeen kan leiden tot bandbreuk. Lege banden hebben ook een negatief effect op de efficiëntie van het brandstofverbruik en de duurzaamheid van het bandloopvlak, en dat kan het weggedrag en remvermogen beïnvloeden.

Let op dat het TPMS geen vervanging is voor een juist onderhoud van de banden, en het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder om een juiste bandenspanning te behouden, zelfs wanneer de banden nog niet zo leeg zijn dat het waarschuwingslampje lage bandenspanning van het TPMS gaat branden.

Uw auto is tevens voorzien van een TPMS-storingsindicatielampje om aan te geven wanneer het systeem niet correct werkt. Het TPMS-storingsindicatielampje wordt gecombineerd met het waarschuwingslampje voor lage bandenspanning. Als het systeem een storing waarneemt, gaat het waarschuwingslampje gedurende ca. één minuut knipperen en blijft daarna continu aan. Deze reeks blijft aanhouden tijdens de daarop volgende keren dat de motor gestart wordt, zolang de storing aanwezig is. Als het storingslampje brandt, is het mogelijk dat het systeem de lage bandenspanning niet waarneemt of niet aangeeft zoals bedoeld. Storingen in het TPMS kunnen zich voordoen vanwege verschillende redenen, waaronder het monteren van vervangende of andere banden of wielen die er voor zorgen dat het TPMS niet naar behoren werkt. Controleer altijd het TPMS storing-waarschuwingslampje nadat u een of meer banden of wielen heeft vervangen, om er zeker van te zijn dat de vervangende banden en wielen het TPMS nog naar behoren laten werken.

Hoofdonderwerp: