Nissan X-Trail e-POWER 2024 Gebruikershandleiding

5.5.5.2. Rijhulp

Om de status en waarschuwingen te wijzigen of om systemen/waarschuwingen getoond in het menu [Rij-assistentie] aan of uit te zetten, gebruik de bladerknop (1) om een menu-item te selecteren en te wijzigen:

  • [Stuurhulp] (indien aanwezig)

  • [Rijstrook] (indien aanwezig)

  • [Dode hoek] (indien aanwezig)

  • [Noodrem] (indien aanwezig)

  • [Verk.bordenassist.] (indien aanwezig)

  • [CRUISE-Navi-koppeling] (indien aanwezig)

  • [Snelh.lim.koplng] (indien aanwezig)

  • [Afwijk.snelh.kop.] (indien aanwezig)

  • [Parkeerassistentie]

  • [Rear Traffic Alert] (indien aanwezig)

  • [Alarm aandacht best.] (indien aanwezig)

  • [Timer waarschuw.]

  • [Waarsch. lage temp.]

  • [Stuur kracht]

  • [Chassis control]

[Stuurhulp] (indien aanwezig)

Hiermee kan de gebruiker de stuurhulp AAN of UIT zetten. (Zie

.)

[Rijstrook] (indien aanwezig)

  • [Rijstrookassistent] (indien aanwezig)

    Hiermee kan de gebruiker het Emergency Lane Assist-systeem (ELA) AAN of UIT zetten.

  • [Geav. rijstr.] (indien aanwezig)

    Hiermee kan de gebruiker de Geavanceerde rijstrookfunctie van het ELA-systeem AAN of UIT zetten.

  • [Rijbaan gevoeligh.] (indien aanwezig)

    Hiermee kan de gebruiker een van onderstaande items selecteren.

    • [Sterk]

    • [Normaal]

    • [Matig]

  • [Trillingsniveau]

    Hiermee kan de gebruiker een van onderstaande items selecteren.

    • [Hoog]

    • [Gemidd.]

    • [Laag]

[Dode hoek] (indien aanwezig)

  • [Waarschuwing]

    Hiermee kan de gebruiker het Blind Spot Warning-systeem (BSW) AAN of UIT zetten.

  • [Ingreep] (indien aanwezig)

    Hiermee kan de gebruiker het Intelligent Blind Spot Intervention-systeem AAN of UIT zetten.

[Noodrem] (indien aanwezig)

Modellen zonder Rear Automatic Braking-systeem (RAB):

Hiermee kan de gebruiker het Intelligent Emergency Braking-systeem met voetgangersdetectie en het Intelligent Forward Collision Warning-systeem AAN of UIT zetten.

Modellen met Rear Automatic Braking-systeem (RAB):

  • [Voorzijde]

    Hiermee kan de gebruiker het Intelligent Emergency Braking-systeem met voetgangersdetectie en het Intelligent Forward Collision Warning-systeem AAN of UIT zetten.

  • [Achter]

    Hiermee kan de gebruiker het Rear Automatic Braking-systeem (RAB) AAN of UIT zetten.

[Verk.bordenassist.] (indien aanwezig)

  • [Snelh.limiet]

    Hiermee kan de gebruiker het TSR-systeem aanpassen

    • [Waarschuwing]

    • [All. Info]

    • [UIT]

  • [Nwe lim.waarsch.]

    Hiermee kan de gebruiker de melding (geluidssignaal) AAN/UIT zetten.

  • [Databaseversie]

    Hiermee kan de gebruiker de versie van de kaartgegevens bevestigen.

  • [Update via USB]

    Hiermee kan de gebruiker de kaartgegevens bijwerken.

    • [1. Voertuiginfo verifiëren]

    • [2. Nieuwe gegevens installeren]

  • [Licentie-info]

    Hiermee kan de gebruiker informatie over de kaartlicentie bevestigen.

    • [Verloop licentie]

    • [Licentiestatus]

[CRUISE-Navi-koppeling] (indien aanwezig)

Hiermee kan de gebruiker de functie CRUISE Navi-Link AAN of UIT zetten.

[Snelh.lim.koplng] (indien aanwezig)

Modellen zonder ProPILOT Assist met Navi-link:

Hiermee kan de gebruiker de functie Snelheidslimiet-Link AAN of UIT zetten.

Modellen met ProPILOT Assist met Navi-link:

Hiermee kan de gebruiker de functie Snelheidslimiet-Link aanpassen.

  • [UIT]

  • [Verzoek]

  • [Automatisch]

[Afwijk.snelh.kop.] (indien aanwezig)

Hiermee kan de gebruiker instellen of de snelheidslimiet gebruikt door functie Snelheidslimiet-Link exact geaccepteerd moet worden, of met een tolerantie van -10 km/u (–5 MPH) tot +10 km/u (+5 MPH).

[Parkeerassistentie]

Om de status te wijzigen of om systemen getoond in het menu [Parkeerassistentie] aan of uit te zetten, gebruik de bladerknop (1) om een menu-item te selecteren en te wijzigen:

  • [Bewegend object] (indien aanwezig)

    Hiermee kan de gebruiker de Moving Object Detection (MOD) AAN of UIT zetten.

  • [Display]

    Hiermee kan de gebruiker het parkeersensorsysteem (sonar) AAN of UIT zetten.

  • [Voorzijde]

    Hiermee kan de gebruiker de voorsensoren AAN of UIT zetten.

  • [Achter]

    Hiermee kan de gebruiker de achtersensoren AAN of UIT zetten.

  • [Afstand]

    Hiermee kan de gebruiker de detectieafstand van de sensoren selecteren ([Ver], [Gem.] of [Dichtbij]).

  • [Volume]

    Hiermee kan de gebruiker het volume van de toon selecteren ([Hoog], [Gem.] of [Laag]).

[Rear Traffic Alert] (indien aanwezig)

Hiermee kan de gebruiker het Rear Cross Traffic Alert-systeem (RCTA) AAN of UIT zetten. (Zie

.)

[Alarm aandacht best.] (indien aanwezig)

Hiermee kan de gebruiker de Intelligent Driver Alertness aan- of uitzetten. (Zie

.)

[Timer waarschuw.]

Hiermee kan de gebruiker de Timerwaarschuwing aanpassen of resetten.

  • (Huidige tijd)/(Ingestelde tijd)

  • [Resetten]

[Waarsch. lage temp.]

Hiermee kan de gebruiker de waarschuwingsfunctie bij lage temperatuur AAN of UIT zetten.

[Stuur kracht]

Hiermee kan de gebruiker de stuurbekrachtiging aanpassen door de stuurkracht te verlagen of te verhogen.

  • [Rijmodus]

  • [Standard]

  • [Sport]

[Chassis control]

  • [Trace Control]

    Hiermee kan de gebruiker de functie AAN of UIT zetten.

Hoofdonderwerp: