Nissan X-Trail e-POWER 2024 Gebruikershandleiding
6.4.1.1. Voor modellen met ultrasone sensoren en kantelsensoren (indien aanwezig)
Het systeem activeren
Sluit alle ruiten en het schuifdak (indien aanwezig).
Zet de startknop in de OFF-stand.
Draag de Intelligent Key bij u en stap uit de auto.
Zorg dat de motorkap en de achterklep dicht zijn. Sluit en vergrendel alle portieren met de Intelligent Key, de vergrendelsensor (op de voorportierhandgrepen) of de verzoekschakelaar.
Als de motorkap open staat, klinkt de zoemer. De zoemer stopt wanneer de motorkap goed wordt gesloten.
Zelfs als de bestuurder en/of passagiers zich in de auto bevinden, zal het systeem geactiveerd worden als alle portieren vergrendeld zijn en de startknop op OFF staat. Zet de startknop in de ON-stand om het systeem uit te schakelen.
Als er een storing optreedt in het systeem, klinkt er 5 keer een korte pieptoon of de waarschuwingsknipperlichten knipperen gedurende 10 seconden. Laat het systeem controleren door een NISSAN-dealer of erkend garagebedrijf.
Werking van het diefstalwaarschuwingssysteem
Het waarschuwingssysteem geeft de volgende alarmsignalen:
De waarschuwingsknipperlichten knipperen en de claxon gaat met tussenpozen af gedurende ongeveer 30 seconden.
Het alarm wordt na ongeveer 30 seconden automatisch uitgeschakeld. Het alarm wordt echter opnieuw actief als er weer met de auto geknoeid wordt.
Het alarm wordt geactiveerd in de volgende gevallen:
het portier of de achterklep wordt bediend zonder de Intelligent Key, de capacitieve ontgrendelsensor (op de voorportierhandgrepen) of de verzoekschakelaar te gebruiken.
als de motorkap wordt geopend (indien aanwezig).
wanneer het volumetrisch sensorsysteem (ultrasone sensor) in werking treedt (wanneer het geactiveerd is).
wanneer de stroomtoevoer wordt onderbroken.
wanneer een verandering van de hellingshoek van de auto wordt geregistreerd door de kantelsensoren (wanneer deze geactiveerd zijn) (indien aanwezig).
Het alarm stoppen
Het alarm stopt door een portier te ontgrendelen met de capacitieve ontgrendelsensor, de verzoekschakelaar of de ontgrendelknop
op de Intelligent Key.Het alarm zal stoppen wanneer de startknop in de ON-stand wordt gezet.
Werking van de ultrasone sensoren en de kantelsensoren (indien aanwezig)
De ultrasone sensoren (volumetrische sensoren) registreren bewegingen in de passagiersruimte. De kantelsensoren (indien aanwezig) registreren een verandering van de hellingshoek van de auto. Wanneer het diefstalwaarschuwingssysteem in de gewapende stand wordt gezet, zal het automatisch de ultrasone sensoren e kantelsensoren (indien aanwezig) inschakelen.
Het is mogelijk om de ultrasone sensor en kantelsensor uit te sluiten (bijvoorbeeld, wanneer de auto op een veerboot wordt vervoerd).
Om de ultrasone sensor en kantelsensor (indien aanwezig) uit te sluiten:
Druk op de
knop op het stuurwiel totdat [Instellingen] op het voertuiginformatiedisplay wordt weergegeven en druk dan op de bladerknop. Gebruik de bladerknop om [Voertuiginstellingen] te selecteren. Druk dan op de bladerknop.Selecteer [Alarmsysteem]. Druk dan op de bladerknop. De volgende opties zijn beschikbaar:
[Altijd AAN]
Wanneer deze optie geselecteerd is, zullen de ultrasone sensoren en kantelsensoren (indien aanwezig) geactiveerd worden elke keer dat het alarm wordt ingesteld.
[Vraag bij uitstappen]
Wanneer geselecteerd, geeft het systeem de keuze om de ultrasone sensor en kantelsensor (indien aanwezig) uit te schakelen nadat de startknop in de OFF-stand is gezet.
[1X deactiveren]
Wanneer geselecteerd, worden de ultrasone sensor en kantelsensor (indien aanwezig) uitgeschakeld totdat de startknop de volgende keer in de ON-stand wordt gezet.
Selecteer [1X deactiveren] of [Vraag bij uitstappen]. Druk dan op de bladerknop.
Sluit de portieren, de motorkap en de achterklep. Vergrendel deze met de Intelligent Key, de vergrendelsensor of de verzoekschakelaar.
De ultrasone sensoren en kantelsensoren (indien aanwezig) zijn nu uitgesloten van het alarmsysteem. Alle andere functies van het systeem blijven geactiveerd totdat het diefstalwaarschuwingssysteem weer wordt ontwapend.