Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding

12.1. Aan de buitenkant van het voertuig

De onderstaande onderhoudspunten moeten regelmatig worden uitgevoerd, tenzij anders is aangegeven.

Portieren en motorkap

Controleer of alle portieren en de motorkap, alsmede de achterklep goed werken. Controleer ook of alle sloten goed vergrendelen. Zo nodig smeren. Zorg dat de secundaire vergrendeling voorkomt dat de motorkap omhoogkomt wanneer de hoofdvergrendeling wordt vrijgegeven. Bij het rijden door gebieden waar strooizout of andere corrosieve stoffen worden gebruikt, moet u vaak controleren of er onderdelen moeten worden gesmeerd.

Verlichting*

Maak de koplampen regelmatig schoon. Controleer of de koplampen, remlichten, achterlichten, richtingaanwijzers en andere lichten allemaal goed werken en correct zijn gemonteerd. Controleer tevens de afstelling van de koplampen.

Banden*

Controleer de bandenspanning vaak met een bandenspanningsmeter en altijd voordat u een lange reis maakt. Pas de spanning van alle banden, ook die van het reservewiel, aan tot de gespecificeerde spanning. Controleer de banden zorgvuldig op schade, sneden of overmatige slijtage.

Banden roteren*

Wanneer de voor- en achterbanden dezelfde maat hebben, dienen de banden elke 10.000 km (6.000 mijl) te worden geroteerd. Banden gemarkeerd met richtingsindicatoren kunnen alleen tussen voor- en achterkant worden geroteerd. Zorg ervoor dat de richtingsindicatoren in de richting van de wielrotatie wijzen nadat de bandenrotatie is voltooid.

Wanneer de voorbanden een andere maat hebben dan de achterbanden kunnen de banden niet geroteerd worden.

Het juiste tijdstip voor het roteren van de banden is afhankelijk van uw rijgewoonten en de conditie van het wegdek.

Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) zenderonderdelen

Vervang het TPMS-sensorventiel (inclusief ventielkern en -dop) en de schroef (indien aanwezig) wanneer de banden worden vervangen vanwege slijtage of ouderdom. De schroef (indien aanwezig) moet correct aangebracht worden met een aanhaalmoment van 1,4 ± 0,1 N.m. De sensoren van het TPMS-systeem kunnen wel opnieuw gebruikt worden.

Uitlijning en balans van wielen

Als de auto naar een kant trekt terwijl u over een rechte en vlakke weg rijdt, of als u ongelijkmatige en overmatige bandslijtage constateert, kan uitlijning van de wielen nodig zijn. Indien het stuurwiel of de stoelen trillen bij normale hoge snelheden, kan wielbalancering nodig zijn.

Voorruit

Maak de voorruit regelmatig schoon. Controleer de voorruit in ieder geval om de zes maanden op barstjes of andere schade. Zo nodig repareren.

Ruitenwisserbladen*

Controleer op scheuren of slijtage als ze niet correct functioneren. Vervang indien nodig.

Hoofdonderwerp: