Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
8.11.6.2. BLUETOOTH®-instellingen
Om een apparaat te koppelen zet u Bluetooth aan en gebruikt u de toets [Scan app.] of [App. koppelen] gebruiken. Zie voor meer informatie
.Er kunnen maximaal 5 verschillende Bluetooth-apparaten verbonden worden. U kunt echter maar één apparaat tegelijk gebruiken. Als u 5 verschillende Bluetooth-apparaten heeft geregistreerd, kan een nieuw apparaat alleen geregistreerd worden ter vervanging van één van de 5 bestaande gekoppelde apparaten. Gebruik de toets [App. verwijd.] om een van de bestaande gekoppelde apparaten te wissen. Zie voor meer informatie
.Wanneer het apparaat op de juiste wijze is gekoppeld, zal een bericht worden weergegeven en zal het audiosysteem terugkeren naar de weergave van de huidige audiobron. Tijdens verbinding worden de volgende statuspictogrammen getoond (links bovenaan het display): Signaalsterkte (
), Batterijstatus* (
) en Bluetooth AAN (
).
*: Wanneer het bericht voor bijna lege batterij verschijnt, moet het Bluetooth®-apparaat zo snel mogelijk worden opgeladen.
De koppelingsprocedure en de werking kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat en de compatibiliteit. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van het Bluetooth®-apparaat.

Raadpleeg voor meer informatie over het apparaat de handleiding van uw audio/mobiele telefoon.
Ga voor hulp bij het integreren van Bluetooth®-audio/mobiele telefoon langs bij de plaatselijke NISSAN-dealer.
Om het Bluetooth-systeem in te stellen met een apparaat kunt u de volgende opties gebruiken:

[Scan app.]
Bluetooth-apparaten kunnen aan het systeem gekoppeld worden. U kunt maximaal 5 Bluetooth-apparaten registreren.
[App. koppelen]
Bluetooth-apparaten kunnen aan het systeem gekoppeld worden. U kunt maximaal 5 Bluetooth-apparaten registreren.
[App. select.]
Er is een lijst beschikbaar van Bluetooth-apparaten die gekoppeld kunnen worden en waaruit u een selectie kunt maken.
[App. verwijd.]
Een geregistreerd Bluetooth-apparaat kan worden gewist.
[Bluetooth]
Als deze instelling uitgeschakeld is, zal de verbinding tussen de Bluetooth-apparaten en de Bluetooth-module in het voertuig verbroken worden.
[Scan app.]
Druk op de
knop. Selecteer [Scan app.]Het audiosysteem zoekt naar Bluetooth-apparaten en toont alle zichtbare apparaten.
Zorg dat uw Bluetooth-apparaat zichtbaar is op dat moment.
Selecteer het te koppelen apparaat.
Gebruik de <MENU> knop en druk in om te selecteren.
De koppelprocedure hangt mogelijk af van het apparaat dat moet worden verbonden:
Apparaat zonder PIN-code:
De Bluetooth-verbinding wordt automatisch tot stand gebracht zonder verdere invoer.
Apparaat met PIN-code:
Twee verschillende koppelmethodes zijn mogelijk afhankelijk van het apparaat:
Type A:
Het bericht [Voor kopp.] en [Voer pin 0000 in] wordt weergegeven.
Bevestig de PIN-code op het apparaat.
De Bluetooth-verbinding wordt tot stand gebracht.
Type B:
Het bericht [Koppelingsaanvraag] [Wachtw. bevestigen] wordt samen met een 6-cijferige code weergegeven. De unieke en identieke code moet op het apparaat weergegeven worden. Als de code identiek is, bevestig dit dan op het apparaat.
De Bluetooth-verbinding wordt tot stand gebracht.
[App. koppelen]
Zet Bluetooth® aan op het audiosysteem. Zie de [Bluetooth] beschrijving.
Gebruik het audiosysteem om te koppelen:
Druk op de
knop. Selecteer de toets [App. koppelen].De koppelprocedure is afhankelijk van het Bluetooth®-apparaat waarmee u verbinding wilt maken:
Apparaat zonder PIN-code:
De Bluetooth®-verbinding zal automatisch tot stand worden gebracht zonder verdere invoer.
Apparaat met PIN-code:
Er zijn twee verschillende manieren van koppelen mogelijk afhankelijk van het apparaat, voor de juiste proceduredetails, zie
.
Gebruik het audio-apparaat/mobiele telefoon met Bluetooth® om verbinding te maken:
Volg de aanwijzingen in de handleiding van het geschikte Bluetooth®-apparaat om het audiosysteem te zoeken.
Als via de zoekmodus het audiosysteem wordt gevonden, dan wordt dit getoond op het display van het apparaat.
Selecteer het audiosysteem dat wordt aangegeven als [My Car].
Volg de aanwijzingen in de handleiding voor het apparaat met Bluetooth® om verbinding te maken met het audiosysteem in de auto.
Voer de PIN-code die op het betreffende apparaat wordt weergegeven met het toetsenbord van het apparaat in en druk op de bevestigingstoets op het apparaat zelf.
Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van het Bluetooth®-apparaat.
[App. select.]
De lijst met gekoppelde apparaten toont welk Bluetooth®-audioapparaat of mobiele telefoon gekoppeld is met of geregistreerd is in het Bluetooth®-audiosysteem. Als in de lijst apparaten worden vermeld, kies dan het gewenste apparaat om te verbinden met het Bluetooth®-audiosysteem.
De volgende symbolen (indien aanwezig) geven de mogelijkheden van het geregistreerde apparaat aan:
: Integratie mobiele telefoon
: Audiostreaming (A2DP – Advanced Audio Distribution Profile)
[App. verwijd.]
Een geregistreerd apparaat kan uit het Bluetooth®-audiosysteem worden verwijderd. Selecteer een geregistreerd apparaat en druk dan op <ENTER> om de verwijdering te bevestigen.
[Bluetooth]
Als Bluetooth® uitgeschakeld is, verschijnt de melding [AAN/UIT] wanneer u [Bluetooth] in het telefoonmenu selecteert (druk op
). Om het Bluetooth® signaal in te schakelen, drukt u op <ENTER> en er verschijnt een opvolgscherm. Selecteer dan [AAN] en druk op ${2} Voor het weergeven van het Bluetooth® instellingen menuscherm.