Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
9.17.5.1. Werking van het ICC-systeem
Het ICC-systeem is ontworpen om een geselecteerde afstand aan te houden tot het voertuig vóór u en kan uw snelheid aanpassen aan de lagere snelheid van de voorligger. Het systeem zal de auto zo nodig afremmen en zelfs tot stilstand brengen als de voorligger onverwachts mocht stoppen. Het ICC-systeem kan echter maximaal beschikken over 40% van het remvermogen van uw auto. Dit systeem dient alleen gebruikt te worden wanneer de verkeersomstandigheden het toelaten om een redelijk constante of slechts geleidelijk veranderende rijsnelheid aan te houden. Als een voertuig vóór u in de rijstrook invoegt, of als een voorligger plotseling afremt, kan de afstand tussen de voertuigen mogelijk kleiner worden omdat het ICC-systeem de auto niet snel genoeg kan afremmen. In dit geval geeft het ICC-systeem een waarschuwingssignaal en knippert het display van het systeem om de bestuurder aan te sporen de nodige actie te ondernemen.
Het ICC-systeem wordt geannuleerd en een geluidssignaal klinkt als de rijsnelheid daalt tot onder ongeveer 25 km/u (15 MPH) en er geen voorligger wordt gedetecteerd.
Het ICC-systeem werkt als volgt:
Als er geen voorliggers zijn, handhaaft het ICC-systeem de door de bestuurder ingestelde rijsnelheid. De snelheid kan worden ingesteld tussen ongeveer 30 en 144 km/u (20 en 90 MPH).
Als er een voertuig vóór u rijdt, past het ICC-systeem de snelheid aan die van de voorligger aan om de door de bestuurder geselecteerd afstand tot de voorligger aan te kunnen houden. Als het voertuig vóór u stopt, zal ook uw auto vaart minderen en stoppen. Als uw auto eenmaal gestopt is, zorgt het ICC-systeem ervoor dat de auto stil blijft staan.
Wanneer uw auto langer dan 3 seconden stilstaat en het voertuig vóór u optrekt, druk dan op de RES+ schakelaar of trap lichtjes op het gaspedaal. Het ICC-systeem zal het voertuig vóór u volgen.
Als de voorligger van rijstrook verandert, geeft het ICC-systeem gas tot de ingestelde snelheid en houdt deze aan.
Het ICC-systeem regelt de rijsnelheid niet en waarschuwt u niet wanneer u stilstaande of langzaam rijdende voertuigen nadert. U moet op de bediening van de auto letten om de juiste volgafstand tot voertuigen vóór u aan te houden wanneer u tolpoorten of verkeersopstoppingen nadert.
Wanneer u met een ingestelde snelheid op een snelweg rijdt en een langzamer rijdende voorligger nadert, zal het ICC-systeem de snelheid aanpassen om de door de bestuurder geselecteerde volgafstand aan te houden. Als de voorligger van rijstrook verandert of de snelweg verlaat, geeft het ICC-systeem gas tot de ingestelde snelheid en houdt deze aan. Besteed uw aandacht aan het rijden om de controle over de auto te behouden tijdens het accelereren naar de ingestelde snelheid.
De auto houdt de ingestelde snelheid mogelijk niet aan op bochtige of heuvelachtige wegen. Als dit gebeurt, moet u zelf de rijsnelheid aanpassen.
Normaal gesproken wanneer de afstand tot de voorligger geregeld wordt, zal het systeem automatisch gas geven of vaart minderen overeenkomstig de snelheid van het voorliggende voertuig.
Trap het gaspedaal in wanneer dit nodig is om van rijstrook te veranderen. Trap het rempedaal in wanneer dit nodig is om de juiste volgafstand aan te houden tot de voorligger als er plotseling afgeremd is, of wanneer een ander voertuig invoegt. Blijf altijd alert tijdens het gebruik van het ICC-systeem.
Geen voorligger gedetecteerd
De bestuurder stelt de gewenste rijsnelheid in op basis van de wegomstandigheden. Het ICC-systeem behoudt de ingestelde rijsnelheid, vergelijkbaar met de standaard cruise control, zolang er op de rijstrook vóór u geen voertuig wordt gedetecteerd. Het ICC-systeem toont de ingestelde snelheid.
Voorligger gedetecteerd
Wanneer er een voorligger wordt gedetecteerd in dezelfde rijstrook, remt het ICC-systeem de auto af door het gaspedaal te regelen en de remmen te activeren om zo af te stemmen op de rijsnelheid van de langzamer rijdende voorligger. Vervolgens regelt het ICC-systeem de rijsnelheid op basis van de snelheid van de voorligger om de door de bestuurder gekozen afstand te behouden.

De remlichten van de auto gaan branden wanneer de remmen door het ICC-systeem worden geactiveerd.
Als de remmen door het systeem worden bediend, kunt u een geluid horen. Dit duidt niet op een storing.
Wanneer het ICC-systeem een voorligger detecteert, gaan het voorliggerindicatielampje en het indicatielampje snelheidsregelingstatus (afstandsregelingmodus) branden (solide groen
).
Voorligger stopt
Wanneer de voorligger vaart mindert om te stoppen, zal ook uw auto geleidelijk vaart minderen totdat de auto stilstaat. Als uw auto eenmaal gestopt is, activeert het ICC-systeem automatisch de remmen om ervoor te zorgen dat de auto stil blijft staan. Wanneer uw auto stilstaat, wordt het bericht [Druk om te starten] op het voertuiginformatiedisplay weergegeven.

Wanneer uw auto korter dan 3 seconden stopt, zal uw auto automatisch het voertuig vóór u volgen als deze optrekt vanuit stilstand.
Voorligger trekt op
Wanneer uw auto stilstaat en het voertuig vóór u optrekt, druk dan op de <RES+>-schakelaar of trap lichtjes op het gaspedaal. Het ICC-systeem zal het voertuig vóór u volgen.
Geen voorligger gedetecteerd
Wanneer de voorligger niet langer wordt gedetecteerd, geeft het ICC-systeem geleidelijk gas om de eerder ingestelde rijsnelheid te hervatten. Het ICC-systeem houdt vervolgens de ingestelde snelheid aan.
Wanneer de voorligger niet langer wordt gedetecteerd, gaat het voorliggerindicatielampje uit en gaat het indicatielampje snelheidsregelingstatus (met behoud van afstandsregelingmodus) branden (groen omlijnd
).
Het ICC-systeem geeft geleidelijk gas tot de ingestelde snelheid, maar u kunt ook het gaspedaal intrappen om snel op te trekken. Wanneer er geen voorligger meer wordt gedetecteerd en uw auto langzamer dan ongeveer 25 km/u (15 MPH) rijdt, zal het ICC-systeem automatisch worden geannuleerd.
Wanneer u een ander voertuig inhaalt, zal het indicatielampje voor ingestelde snelheid (B) gaan knipperen wanneer de auto de ingestelde snelheid overschrijdt. Het voorliggerindicatielampje gaat uit zodra de weg vóór de auto vrij is. Wanneer het pedaal wordt losgelaten, keert de auto terug naar de eerder ingestelde snelheid. Ook al is uw voertuigsnelheid ingesteld in het ICC-systeem, wanneer dit nodig is kunt u altijd het gaspedaal indrukken om snel te accelereren.
Waarschuwing bij naderen
Als uw auto een voorligger te dicht nadert doordat deze abrupt afremt of omdat een ander voertuig invoegt, waarschuwt het systeem de bestuurder met een geluidssignaal en een waarschuwing op het display van het ICC-systeem. Minder vaart door het rempedaal in te trappen en zo een veilige volgafstand aan te houden als:
Het geluidssignaal klinkt.
Het voorliggerindicatielampje en het indicatielampje ingestelde volgafstand knipperen.
U het nodig acht om een veilige afstand aan te houden.
Het waarschuwingssignaal wordt in sommige gevallen niet gegeven wanneer er een korte afstand is tussen de voertuigen. Enkele voorbeelden zijn:
Wanneer de auto's met dezelfde snelheid rijden en de afstand tussen de auto's niet verandert.
Wanneer de voorligger sneller rijdt en de afstand tussen de auto's groter wordt.
Wanneer een voertuig vlak vóór u invoegt.
Het waarschuwingssignaal klinkt niet wanneer:
Uw auto voertuigen nadert die geparkeerd staan of langzaam rijden.
Het gaspedaal wordt ingetrapt, om de systeemwerking te annuleren.

Het waarschuwingssignaal bij naderen wordt mogelijk gegeven en het display van het systeem kan mogelijk gaan knipperen wanneer de radarsensor objecten detecteert naast de auto of aan de kant van de weg. Hierdoor kan het gebeuren dat het ICC-systeem de auto afremt of juist gas geeft. De radarsensor kan deze objecten mogelijk detecteren wanneer de auto op bochtige, smalle of heuvelachtige wegen rijdt of wanneer de auto een bocht in- of uitrijdt. U zult in deze gevallen zelf de juiste afstand tot uw voorligger moeten regelen.
Bovendien kan de gevoeligheid van de sensor beïnvloed worden door de voertuigbediening (stuurmanoeuvres of positie in de rijstrook), door de verkeerssituatie of door de toestand van de auto (bijvoorbeeld, wanneer er met een beschadigde auto wordt gereden).