Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding

4.6. Handleiding voor het oplossen van problemen bij opladen

Symptoom

Mogelijke oorzaak

Mogelijke oplossing

Het opladen lukt niet.

De startknop van de auto staat in de AAN stand.

Zet vóór het opladen de startknop van de auto in de UIT stand.

Zowel de connector voor normaal laden als die voor snelladen zijn tegelijkertijd aangesloten.

Normaal laden en snelladen kunnen niet tegelijkertijd uitgevoerd worden.

De lithium-ion accu is al vol.

Controleer de resterende stroom in de lithium-ion accu met behulp van de capaciteitsmeter van de lithium-ion accu. Als de meter vol aangeeft, is de lithium-ion accu al volledig opgeladen en kan niet verder opgeladen worden. Het opladen stopt automatisch als de lithium-ion accu helemaal vol is.

De temperatuur van de lithium-ion accu is te hoog of te laag om te kunnen opladen.

Controleer de temperatuur van de lithium-ion accu op de temperatuurmeter van de lithium-ion accu. Als de meter aangeeft dat de lithium-ion accu te heet (rode zone) of te koud (blauwe zone) is, kan er niet opgeladen worden. Laat de lithium-ion accu afkoelen of opwarmen voordat u gaat opladen. Zie

.

De 12-volt accu is leeg.

De lithium-ion accu kan niet opgeladen worden als de elektrische systemen van de auto niet aangezet kunnen worden. Als de 12-volt accu leeg is, moet u deze opladen of starten met startkabels. Zie

.

De auto heeft een storing.

De auto of de lader kunnen een storing hebben. Kijk of het waarschuwingslampje op het dashboard brandt. Kijk of het controlelampje op de lader een storing aangeeft. Als er een waarschuwing wordt getoond, moet u stoppen met opladen en contact opnemen met een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.

Normaal laden lukt niet.

Er komt geen stroom uit het normale oplaadpunt of uit het stopcontact.

Controleer of er een stroomstoring is. Controleer of de stroomonderbreker geactiveerd is. Als een stopcontact of een oplaadpunt met geïnstalleerde timer gebruikt wordt, wordt er alleen stroom geleverd op de tijd die door de timer is ingesteld.

De stekker is niet goed aangesloten.

Kijk of de stekker goed is aangesloten.

Er komt geen stroom uit het normale oplaadpunt.

Controleer de bedieningsprocedure van het oplaadpunt.

De laadconnector is niet goed aangesloten.

Kijk of de laadconnector goed is aangesloten.

Direct laden lukt niet.

De oplaadtimer is ingesteld.

Schakel de oplaadtimer uit. Zie

.

Symptoom

Mogelijke oorzaak

Mogelijke oplossing

Opladen met de oplaadtimer lukt niet.

De laadkabel is niet aangesloten.

Sluit de laadkabel aan.

De tijd op de klok is niet juist.

De oplaadtimer start het opladen niet op basis van de tijd die op de klok op het voertuiginformatiedisplay wordt weergegeven. Stel de tijd in, zie

. Als de 12-volt accu leeg is, of de lithium-ion accu wordt losgekoppeld, moet de tijd opnieuw ingesteld worden.

De knop voor direct laden is ingedrukt.

De oplaadtimer werkt niet wanneer direct laden geselecteerd is.

De oplaadtimer is niet ingesteld.

Stel de oplaadtimer in. Zie

.

Het opladen start niet omdat de starttijd en de eindtijd van de oplaadtimer zijn ingesteld en de huidige tijd nog vóór de ingestelde starttijd is.

Controleer wanneer de oplaadtimer is ingesteld om het opladen te starten. Verander de instelling van de oplaadtimer naar de gewenste tijd of druk op de knop voor direct opladen. Zie

.

Laden kan niet op afstand gestart worden.

De laadkabel is niet aangesloten.

Sluit de laadkabel aan.

Er kan niet gecommuniceerd worden met de auto.

Controleer of er mobiele telefonie-ontvangst is op uw locatie. Het opladen kan niet op afstand gestart worden als uw smartphone geen verbinding met het internet kan maken.

Controleer of er ook op de locatie van de auto mobiele telefonie-ontvangst is.

Als de startknop in de UIT stand staat gedurende meer dan 2 weken, kan de functie voor opladen op afstand niet langer worden gebruikt totdat de startknop in de AAN-stand staat.

Symptoom

Mogelijke oorzaak

Mogelijke oplossing

Normaal laden stopt tijdens het opladen.

Er komt geen stroom uit het normale oplaadpunt of uit het stopcontact.

Er is wellicht een stroomstoring geweest, of de stroomonderbreker is kapot gegaan. Het opladen begint weer zodra de stroombron hersteld is.

De laadkabel is losgegaan.

Controleer of de laadkabel nog aangesloten is.

De connector voor normaal laden en de connector voor snelladen zijn tegelijkertijd aangesloten.

Als de connector voor normaal laden en de connector voor snelladen tegelijkertijd worden aangesloten, zal het opladen stoppen.

De eindtijd van de oplaadtimer is bereikt.

Wanneer de oplaadtimer is ingesteld en de eindtijd van de timer wordt bereikt, dan zal het opladen gestopt worden, ook als de lithium-ion accu nog niet helemaal vol is.

De elektrische stroom geleverd door het normale oplaadpunt is onderbroken.

Controleer de bedieningsprocedure van het oplaadpunt.

De temperatuur van de lithium-ion accu is te hoog of te laag om te kunnen opladen.

Controleer de temperatuur van de lithium-ion accu op de temperatuurmeter van de lithium-ion accu. Als de meter aangeeft dat de lithium-ion accu te heet (rode zone) of te koud (blauwe zone) is, kan er niet opgeladen worden. Laat de lithium-ion accu afkoelen of opwarmen voordat u gaat opladen. Zie

.

Snelladen lukt niet.

Controleer of de laadconnector goed is aangesloten en is vergrendeld.

Controleer of de laadconnector goed is aangesloten en is vergrendeld.

De zelf-diagnosefunctie van de snellader geeft een negatief resultaat.

De auto heeft wellicht een storing. Stop onmiddellijk met laden en neem contact op met een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.

De startknop van de snellader staat uit.

Controleer de startknop van de snellader.

Snelladen stopt tijdens het opladen.

Opladen wordt gestopt door de timer van de snellader.

Opladen zal stoppen afhankelijk van de timerinstelling van de snellader. Als de lithium-ion accu verder opgeladen moet worden, kunt u de oplaadprocedure weer starten.

De stroomtoevoer naar de snellader staat uit.

Controleer of de snellader stroom ontvangt.

De connector voor normaal laden en de connector voor snelladen zijn tegelijkertijd aangesloten.

Als de connector voor normaal laden en de connector voor snelladen tegelijkertijd worden aangesloten, zal het opladen stoppen.

De temperatuur van de lithium-ion accu is te hoog of te laag om te kunnen opladen.

Controleer de temperatuur van de lithium-ion accu op de temperatuurmeter van de lithium-ion accu. Als de meter aangeeft dat de lithium-ion accu te heet (rode zone) of te koud (blauwe zone) is, kan er niet opgeladen worden. Laat de lithium-ion accu afkoelen of opwarmen voordat u gaat opladen. Zie

.
Hoofdonderwerp: