Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
8.5.1. Handmatige bediening
U kunt de handmatige modus gebruiken om de verwarming en airconditioning volgens uw eigen voorkeur in te stellen.
Het HEAT-controlelampje en A/C-controlelampje gaan branden in overeenstemming met de bedrijfsstatus van de klimaatregeling.
Bedrijfsmodus | A/C-controlelampje | HEAT-controlelampje |
Koelen | AAN | UIT |
Verwarmen en ontvochtigen | AAN | AAN |
Verwarming (A/C uit) | UIT | AAN |
Ventilatie | UIT | UIT |
Koelen
Druk op de <A/C> knop zodat het A/C-controlelampje gaat branden.
Druk op de <HEAT> knop zodat het HEAT-controlelampje uit gaat.

Stel de temperatuur niet hoger in dan de buitentemperatuur. Als u dat wel doet, wordt de temperatuur wellicht niet goed geregeld.
Bij hete en vochtige omstandigheden kunt u damp uit de ventilatieroosters zien komen als gevolg van de snelle afkoeling van de lucht. Dit duidt niet op een storing.
Verwarmen en ontvochtigen
Druk op de <A/C> knop zodat het A/C-controlelampje gaat branden.
Druk op de <HEAT> knop zodat het HEAT-controlelampje gaat branden.

Het energieverbruik van de klimaatregeling neemt toe wanneer het A/C-controlelampje en het HEAT-controlelampje gelijktijdig branden. Daardoor kan het rijbereik mogelijk afnemen.
Verwarming (A/C uit)
Druk op de <HEAT> knop zodat het HEAT-controlelampje uit gaat.
Druk op de <A/C> knop zodat het A/C-controlelampje gaat branden.

Stel de temperatuur niet lager in dan de buitentemperatuur. Als u dat wel doet, wordt de temperatuur wellicht niet goed geregeld.
Als de ramen beslaan, ga dan over op verwarmen met droge lucht in plaats van verwarmen met uitgeschakelde A/C.
Ventilatiestand
Druk op de <HEAT> knop en de <A/C> knop als de controlelampjes branden, zodat beide controlelampjes uit gaan.

In de ventilatiemodus is het energieverbruik lager, zodat de aflegbare afstand toeneemt.
In de ventilatiemodus wordt de temperatuur niet aangegeven op het navigatiescherm of op het airconditioningscherm.
Ontdooien/ontwasemen en ontvochtigen
Druk op de voorruitverwarming
knop. (Het controlelampje gaat branden)

Om een beslagen voorruit snel weer schoon te krijgen, kunt u de temperatuur en de aanjagersnelheid in de maximumstand zetten.
Nadat de voorruit weer helder is, drukt u de voorruitverwarmingknop
nogmaals in. (Het controlelampje gaat uit.)Wanneer de voorruitverwarmingknop
wordt ingedrukt, zal de airconditioning automatisch worden ingeschakeld om de voorruit te ontwasemen. De buitenluchtcirculatiemodus wordt actief om het ontwasemen te versnellen.
Aanjagersnelheids
Druk op de aanjagersnelheidsknop
om de aanjagersnelheid handmatig te regelen.
Druk op de <AUTO> knop om de aanjagersnelheid in de automatische modus te zetten.
Luchtstroombediening
Druk op de <MODE> knop om de luchtstroommodus te wijzigen.
| — | Lucht stroomt uit de midden- en zijventilatieroosters. |
| — | Lucht stroomt uit de midden- en zijventilatieroosters en de vloerroosters. |
| — | Lucht stroomt voornamelijk uit de vloerroosters. |
| — | Lucht stroomt voornamelijk uit de ontwasemroosters en de vloerroosters. |
| — | Lucht stroomt voornamelijk uit de ontwasemroosters. |
Temperatuurregeling
Draai de temperatuurregelknop naar de gewenste stand.
Luchtrecirculatie
Druk op de luchtrecirculatieknop
om de luchtcirculatiemodus te wijzigen. Wanneer het controlelampje brandt, wordt de lucht binnen de auto gerecirculeerd.
Buitenluchtcirculatie
Druk op de luchtrecirculatieknop
om de luchtcirculatiemodus te wijzigen. Wanneer het controlelampje uit is, wordt buitenlucht in de auto gevoerd.
Automatische luchtinlaatregeling
Om de automatische regelmodus in te stellen, houdt u de
(inlaatluchtregeling) knop ingedrukt. Het controlelampje knippert tweemaal en de binnen/buitenluchtcirculatie zal vervolgens automatisch geregeld worden. In de automatische stand zal het controlelampje gaan branden wanneer de binnenluchtrecirculatie in werking is.




