Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding

9.22.7.3. Wanneer inparkeren wordt geselecteerd

Een parkeerpositie wordt gedetecteerd onder de volgende voorwaarden.

  • Parkeerplaatsen met een lengte van ongeveer 5 tot 6 m (15 tot 18 ft) (1) worden herkend.

  • Parkeerplaatsen met enkele lijnen worden herkend.

  • Parkeerplaatsen met lijnen die een breedte hebben van ongeveer 15 cm (6 inch) worden herkend.

  • Herkenning vindt plaats wanneer de lijnen van de parkeerplaats binnen een bereik liggen dat loopt vanaf het bestuurdersportier tot ongeveer 3 m (10 ft) van de achterkant van de auto (2).

  • Herkenning vindt plaats wanneer een parkeerplaats zich op ongeveer 1 m (3 ft) van de auto (3) bevindt.

  • Als [Auto. selectie van parkeerzijde] is ingeschakeld, worden parkeerposities aan beide zijden van de auto gedetecteerd.

image
  • Ongeveer 5 m (15 ft).
  • Ongeveer 3 m (10 ft).
  • Ongeveer 1 m (3 ft).

Een parkeerpositie wordt niet weergegeven wanneer het detectiebereik van de voorsensoren (sonar) door de parkeerplaats lopen die door de camera’s is gedetecteerd en een obstakel wordt waargenomen.

Obstakels in parkeerplaatsen die buiten het detectiebereik van de sensoren liggen kunnen niet worden gedetecteerd.

image
  • A) Detectiebereik van de sensoren

Als de lijnen van de parkeerplaats niet worden herkend, worden de parkeersensoren (sonar) gebruikt om een parkeerplaats te detecteren op basis van de omliggende obstakels.

Afhankelijk van de plaatsen en hoeken van de omliggende obstakels, kan het parkeervak mogelijk afwijken.

image
  • A) Detectiebereik van de sensoren
image
  • A) Detectiebereik van de sensoren
Hoofdonderwerp: