Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
5.5.6.2. Installatie op de voorpassagiersstoel


Installeer nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de voorpassagiersstoel zonder dat de voorpassagiersairbag is uitgeschakeld. De auto is uitgerust met een systeem waarmee de voorpassagiersairbag handmatig uitgeschakeld kan worden. Het controlelampje PASSENGER AIR BAG OFF moet branden. Bij een frontale aanrijding zullen de voorairbags met grote kracht opgeblazen worden. Uw kind kan ernstig of dodelijk letsel oplopen wanneer de voorairbag wordt opgeblazen.
NISSAN adviseert om het kinderzitje op de achterbank te installeren. Wanneer u echter toch een kinderzitje op de voorstoel moet gebruiken, schuif de stoel dan eerst zover mogelijk naar achteren.
Kinderzitjes voor baby's moeten achterwaarts worden bevestigd en mogen daarom niet worden gebruikt op de voorstoel als de voorpassagiersairbag niet is uitgeschakeld.
Voorwaarts gericht
Volg de instructies van de fabrikant over het juiste gebruik van uw kinderzitje. Volg de volgende stappen voor het installeren van een voorwaarts gericht kinderzitje op de voorpassagiersstoel met behulp van een driepuntsveiligheidsgordel zonder automatische blokkering:
Als u een voorwaarts gericht kinderzitje op de voorstoel wilt installeren, gaat u als volgt te werk:
Schakel de voorpassagiersairbag uit door middel van de voorpassagiersairbagschakelaar. (Zie
.) Druk de startknop in de AAN-stand en controleer of het statuslampje voorpassagiersairbag
gaat branden.
Schuif de stoel zo ver mogelijk naar achteren (1).
Stel de hoofdsteun af op de hoogste positie (2).
Plaats het kinderzitje op de stoel.

Voer de gesptong van de veiligheidsgordel door het kinderzitje en steek hem in de gesp (3) totdat u hem hoort vastklikken.
Om speling in de gordelband te voorkomen, moet u de veiligheidsgordel op zijn plaats houden met de borgmiddelen die aan het kinderzitje zijn bevestigd.

Trek de veiligheidsgordel verder vast om eventuele speling te verwijderen en druk met uw knie het midden van het kinderzitje omlaag (4) en naar achteren (5) om de stoelzitting en de rugleuning van de autostoel samen te persen terwijl u de veiligheidsgordel strak trekt.

Test het kinderzitje voordat u het kind erin zet (6). Trek het zitje heen en weer en naar voren om zeker te zijn dat het goed is bevestigd.
Controleer bij elk gebruik van het kinderzitje altijd eerst of het stevig is bevestigd. Indien het kinderzitje los zit, herhaal dan de stappen 5 tot en met 8.