Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding

7.7.1. Intelligent Rear View Mirror (indien aanwezig)

Voor meer informatie over de achteruitrijmonitor, zie

.
image

Nalatigheid in het volgen van de waarschuwingen en aanwijzingen voor correct gebruik van de Intelligent Rear View Mirror kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

  • De Intelligent Rear View Mirror is een gemaksvoorziening maar is geen vervanging voor een correcte en veilige bediening van de auto. Het systeem heeft zones waarin objecten niet kunnen worden waargenomen. Controleer de dode hoek van de Intelligent Rear View Mirror voordat u de auto gebruikt. De bestuurder is altijd verantwoordelijk voor veilig rijden.

  • Haal de Intelligent Rear View Mirror, de camera-eenheid of de bedrading niet uit elkaar en breng geen wijzigingen aan. Als u dat wel doet, kan dat leiden tot ongelukken of brand. Wanneer u merkt dat er rook of een vreemde geur van de Intelligent Rear View Mirror afkomt, stop dan onmiddellijk met het gebruik ervan. Raadpleeg voor het nodige onderhoud een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.

  • Bedien het menu van de Intelligent Rear View Mirror niet tijdens het rijden. Dit kan afleiding met zich meebrengen waardoor u de controle over het voertuig kunt verliezen en een ongeval of ernstig letsel kunt veroorzaken.

  • Staar niet langdurig naar het display van de Intelligent Rear View Mirror tijdens het rijden. Dit kan voor afleiding zorgen waardoor u de controle over het voertuig kunt verliezen en een ongeval of ernstig letsel kunt veroorzaken. Staren naar het beeldscherm tijdens het rijden kan tevens wagenziekte bij passagiers veroorzaken.

  • Houd sigaretten of vlammen uit de buurt van de Intelligent Rear View Mirror, de camera-eenheid of de bedrading. Het kan brand veroorzaken.

  • Zorg ervoor de Intelligent Rear View Mirror vóór het rijden af te stellen. Schakel het systeem in de conventionele achteruitkijkspiegelmodus en neem op de juiste manier plaats op de bestuurdersstoel. Stel vervolgens de achteruitkijkspiegel af zodat u de achterruit goed kunt zien. Als u gaat rijden zonder de achteruitkijkspiegel af te stellen, kan dat problemen geven bij het kijken naar het display in de Intelligent Rear View Mirror-modus (cameraweergavemodus) als gevolg van de reflectie van het spiegeloppervlak.

  • Als er een storing is in de Intelligent Rear View Mirror, schakel het systeem dan onmiddellijk naar de traditionele achteruitkijkspiegelmodus. Laat het systeem nakijken door een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.

  • Wanneer sterk licht (bijvoorbeeld, zonlicht of het grootlicht van achteropkomende voertuigen) in de camera schijnt, kan een lichtstraal of verblindend licht op het beeldscherm van de Intelligent Rear View Mirror verschijnen. Schakel in dat geval het systeem op de wijze manier naar de traditionele achteruitkijkspiegelmodus.

  • Als vuil, regen of sneeuw zich vasthecht aan de buitenkant van het glasoppervlak waardoor de camera bedekt wordt, kan de Intelligent Rear View Mirror beelden mogelijk niet duidelijk weergeven. Door de ruitenwisser/-sproeier achter te gebruiken kan het zicht wellicht verbeteren, maar als dit niet het geval is, schakel de Intelligent Rear View Mirror dan naar de conventionele achteruitkijkspiegelmodus totdat het glas dat de camera bedekt gereinigd kan worden.

Componenten

image
  • A)Indicatielampje Intelligent Rear View Mirror-modus
  • MENU-knop
  • Linkerknop
  • Rechterknop
  • Selectieknop

De Intelligent Rear View Mirror biedt een duidelijk achteraanzicht door een camera die zich op de achterkant van de auto bevindt. De Intelligent Rear View Mirror heeft twee modi: de conventionele achteruitkijkspiegelmodus en de Intelligent Rear View Mirror-modus (cameraweergavemodus).

Wanneer de Intelligent Rear View Mirror-modus wordt geselecteerd, wordt het indicatielampje (A) getoond. (Als er een storing optreedt in de Intelligent Rear View Mirror, gaat het indicatielampje (A) uit of zal niet verschijnen wanneer de Intelligent Rear View Mirror-modus wordt geselecteerd.)

De modus veranderen

image

Er kan tussen de modi geschakeld worden wanneer de startknop in de ON-stand staat.

  • Trek aan de moduskeuzehendel (A) om naar de Intelligent Rear View Mirror-modus (cameraweergavemodus) te schakelen.

  • Druk op de moduskeuzehendel (B) om naar de traditionele achteruitkijkspiegelmodus te schakelen.

image

Als in de Intelligent Rear View Mirror-modus het werkingsindicatielampje (1) uit gaat, schakel dan direct naar de achteruitkijkspiegelmodus.

Als het werkingsindicatielampje niet oplicht, zelfs niet als nogmaals naar de Intelligent Rear View Mirror-modus geschakeld wordt, is er wellicht een storing in het systeem. Raadpleeg een goed geïnformeerde LEAF reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.

Instellingen van de Intelligent Rear View Mirror configureren (bediening van de MENU-knop)

Het is mogelijk om weergave-instellingen van de Intelligent Rear View Mirror te kiezen, zoals helderheid, camerahoek, tekstuele aanwijzingen [AAN] of [UIT], taal en achtergrondverlichting voor schakelaars.

Wanneer de Intelligent Rear View Mirror-modus is ingeschakeld, kan het instellingenmenu worden geselecteerd door de [MENU]-knop (1) in te drukken. Elke keer dat de [MENU]-knop (1) wordt ingedrukt, verandert het instellingenmenu als volgt:

MENU (beginscherm) → [HELDERHEID] → [OMHOOG/OMLAAG] → [LINKS/RECHTS] → [ROTATIE] → [INDICATIE] → [TAAL] → [ACHTERGRONDVERLICHTING VOOR SCHAKELAARS] → [LICENTIE] → MENU (beginscherm)

image

Om met de [MENU]-knop (1) te schakelen tussen de aanpassingsitems voor de beeldkwaliteit, drukt u binnen 5 seconden na het voltooien van de vorige aanpassing op de knop. Als er 5 seconden of meer zijn verstreken, zal het display teruggaan naar MENU (beginscherm).

HELDERHEID

image

De helderheid van het weergavescherm kan worden aangepast.

  • Druk op de linkerknop (2) om het scherm te dimmen.

  • Druk op de rechterknop (3) om de helderheid van het scherm te verhogen.

OMLAAG/OMHOOG

image

De verticale camerahoek van het beeldscherm kan worden aangepast.

  • Druk op de linkerknop (2) om de camera naar beneden te richten.

  • Druk op de rechterknop (3) om de camera naar boven te richten.

LINKS/RECHTS

image

De horizontale camerahoek van het weergavescherm kan worden aangepast.

  • Druk op de linkerknop (2) om de camerahoek naar links te verplaatsen.

  • Druk op de rechterknop (3) om de camerahoek naar rechts te verplaatsen.

ROTATIE

image

De camerahoek van het weergavescherm kan worden gedraaid.

  • Druk op de linkerknop (2) om de camerahoek naar links te draaien.

  • Druk op de rechterknop (3) om de camerahoek naar rechts te draaien.

INDICATIE

image

De tekstuele indicatie kan aan of uit worden gezet op het weergavescherm van de Intelligent Rear View Mirror.

  • Druk op de linkerknop (2) om de tekstuele indicatie op het weergavescherm uit te zetten.

  • Druk op de rechterknop (3) om de tekstuele indicatie op het weergavescherm aan te zetten.

TAAL

image

De taal van de tekstuele indicatie kan worden geselecteerd op het weergavescherm van de Intelligent Rear View Mirror.

Selecteer de taal met de knop (2) of (3).

ACHTERGRONDVERLICHTING VAN SCHAKELAARS

image

Voor betere zichtbaarheid 's nachts kunnen de schakelaars verlicht worden.

  • Druk op de linkerknop (2) om de achtergrondverlichting van de schakelaars uit te zetten.

  • Druk op de rechterknop (3) om de achtergrondverlichting van de schakelaars aan te zetten.

LICENTIE

Wanneer u dit menu-item selecteert, wordt licentie-informatie weergegeven.

Voorzorgsmaatregelen bij het Intelligent Rear View Mirror-systeem

image
  • Door dit systeem langdurig te gebruiken terwijl het EV-systeem is uitgeschakeld kan de accu leeg raken.

  • Breng geen antenne of draadloos apparaat aan in de buurt van de Intelligent Rear View Mirror. De elektromagnetische golven waar het draadloze apparaat mee werkt kunnen de Intelligent Rear View Mirror verstoren.

  • Druk niet te hard op de knoppen en bedien de hendel niet te ruw omdat dit een storing in het systeem kan veroorzaken of de Intelligent Rear View Mirror kan beschadigen.

  • Draai de behuizing van de Intelligent Rear View Mirror verticaal nooit 20° of meer en horizontaal nooit 30° of meer. Hierdoor kan de Intelligent Rear View Mirror beschadigd raken.

  • Onderwerp de behuizing van de Intelligent Rear View Mirror niet aan sterke schokken. Dit kan een storing in het systeem veroorzaken.

  • Breng geen zware belasting aan op de camera en camerabehuizing aan de achterkant van de auto. Hierdoor kan de camera losraken of er kan een storing optreden in het systeem.

  • Als het beeldscherm van de Intelligent Rear View Mirror moeilijk te zien is door een sterke externe lichtbron, schakel dan naar de conventionele achteruitkijkspiegelmodus.

  • Sluit de zonwering (indien aanwezig) wanneer het beeldscherm van de Intelligent Rear View Mirror niet duidelijk te zien is als gevolg van een sterke externe lichtbron.

  • Wanneer LED-koplampen op het display van de Intelligent Rear View Mirror worden gezien, kunnen de beelden mogelijk flikkeren. Dit is normaal.

  • Door diffuse reflectie van de externe omgeving, kunnen beelden op het scherm mogelijk flikkeren. Dit duidt niet op een storing.

  • Een snel bewegend object kan mogelijk niet worden weergegeven op het cameraweergavescherm. Dit duidt niet op een storing.

  • De weergave van de Intelligent Rear View Mirror-modus (cameraweergavemodus) verschilt van de conventionele achteruitkijkspiegel. De waargenomen afstand van objecten op het display kan mogelijk verschillen van de werkelijke afstand. Vertrouw niet uitsluitend op de Intelligent Rear View Mirror. Vertrouw altijd op uw eigen handelingen om ongevallen te vermijden.

  • Direct na het schakelen van één van de modi van de Intelligent Rear View Mirror naar de andere, kunt u moeite hebben om scherp te stellen op het beeld in de spiegel/beeldscherm. Wees voorzichtig met het gebruik van de Intelligent Rear View Mirror totdat uw ogen zijn gewend aan de geselecteerde modus. Als het nodig is om het scherpstellen te corrigeren, wordt het gebruik van een multifocale bril, enz. aanbevolen.

  • Als de helderheid van de cameraweergave extreem hoog wordt ingesteld, kan dit leiden tot vermoeide ogen tijdens het rijden. Pas de helderheid op correcte wijze aan.

  • Gebruik de ruitenwisser achter wanneer het regent. Als het cameraweergavebeeld nog steeds niet duidelijk is wanneer de ruitenwisser achter wordt gebruikt, controleer dan of het wisserblad van de ruitenwisser achter niet in slechte staat verkeert.

  • Wanneer de ruitenwisser achter wordt gebruikt, kunnen de beelden op het scherm flikkeren. Dit duidt niet op een storing.

  • Ontwasem de achterruit met de achterruitverwarming wanneer de achterruit beslagen is. Gebruik de conventionele achteruitkijkspiegelmodus totdat de achterruit volledig ontwasemd is.

  • Het display van de Intelligent Rear View Mirror kan heet worden. Dit duidt niet op een storing.

  • De kleur van een object op afstand of als het donker is kan moeilijk te herkennen zijn. Dit duidt niet op een storing.

  • Afhankelijk van uw lichamelijke toestand, kan het even duren voordat u kunt scherpstellen op een beeld in de Intelligent Rear View Mirror-modus.

  • Blokkeer de voorkant van de Intelligent Rear View Mirror niet. U kunt dan de helderheid van de monitor wellicht niet aanpassen of het camerabeeld schakelen

  • Als in de Intelligent Rear View Mirror-modus de Intelligent Rear View Mirror heet wordt, kan de helderheid afnemen of worden beelden mogelijk niet weergegeven.

  • In de Intelligent Rear View Mirror-modus kan het camerabeeld vertraagd worden als de Intelligent Rear View Mirror koud wordt.

Systeemonderhoud (Intelligent Rear View Mirror)

  • Houd de spiegel en het cameragedeelte van de achterruit altijd schoon.

  • Reinig de spiegel en de cameralens met een droge, zachte doek.

  • Gebruik bij het reinigen van het cameragedeelte van de achterruit een zachte doek die bevochtigd is met water en een mild reinigingsmiddel. Droog vervolgens af met een droge, zachte doek.

  • Als het beeld op het scherm van de intelligente achteruitkijkspiegel zelfs na het reinigen van het cameragedeelte van de achterruit nog steeds niet duidelijk is, kan dat komen door een olielaagje dat vastkleeft aan het glas van de achterruit. Reinig het glas van de achterruit met een speciale olielaagverwijderaar.

  • Gebruik nooit alcohol, benzine, verdunner, of andere gelijksoortige middelen om de spiegel of cameralens te reinigen. Deze kunnen verkleuring, verslechtering of systeemstoringen veroorzaken.

  • Plak geen sticker (inclusief doorzichtig materiaal) op het cameragedeelte van de achterruit.

Hoofdonderwerp: