Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
9.26.1.4. Electronic stability programme (ESP)
De elektronische stabiliteitscontrole (ESP) maakt gebruik van verschillende sensoren om toezicht te houden op de handelingen van de bestuurder en de bewegingen van het voertuig. Onder bepaalde rijomstandigheden voert het ESP-systeem de volgende functies uit.
Regelt de remkracht om het slippen van wielen te verminderen door vermogen te verplaatsen naar het, niet slippende, andere aangedreven wiel op dezelfde as.
Regelt remkracht en motorvermogen om wielslip te verminderen op aangedreven wielen op basis van de snelheid van de auto (tractieregelingsfunctie).
Regelt remkracht voor afzonderlijke wielen, alsmede het motorvermogen, om de bestuurder te helpen de auto onder controle te houden onder de volgende omstandigheden:
onderstuur (auto heeft neiging van de stuurrichting af te wijken ondanks dat er sterker gestuurd wordt)
overstuur (auto heeft neiging om te gaan spinnen bij bepaalde wegomstandigheden of rijomstandigheden).
Het ESP-systeem kan de bestuurder helpen het voertuig onder controle te houden, maar het kan niet in alle gevallen voorkomen dat de bestuurder de macht over het stuur verliest.
Wanneer het ESP-systeem in werking treedt, zal
de waarschuwing op het dashboard knipperen. Wanneer de waarschuwing knippert, dient u het volgende in gedachten te houden.
De weg kan glad zijn of het systeem kan bepalen dat een ingreep vereist is om het voertuig op zijn koers te houden.
U voelt dan wellicht een trilling in het rempedaal en hoort een geluid of vibratie van onder de motorkap vandaan komen. Dit is normaal en geeft aan dat het ESP-systeem correct werkt.
Pas uw snelheid en rijstijl aan de omstandigheden aan.
Zie voor meer informatie
en .Als er een storing optreedt in het systeem, zal de
waarschuwing op het onderste display oplichten. Het ESP-systeem gaat automatisch uit wanneer dit waarschuwingslampje gaat branden.
Het voertuiginformatiedisplay wordt gebruikt om het ESP-systeem uit te schakelen. Het indicatielampje ESP OFF
gaat branden om aan te gegeven dat het ESP-systeem uit staat. Wanneer het ESP is uitgeschakeld, blijft het ESP-systeem nog steeds actief om te voorkomen dat een aandrijfwiel doorslipt door vermogen over te brengen naar een aandrijfwiel dat niet doorslipt De
waarschuwing knippert wanneer dit gebeurt. Alle andere ESP-functies zullen niet werken en de ${2} waarschuwing zal niet knipperen. Het ESP-systeem wordt automatisch weer aangezet wanneer de startknop op UIT wordt gezet en dan weer op AAN.
De computer heeft een ingebouwde diagnosefunctie die het systeem controleert wanneer u de startknop op KLAAR om te rijden zet en langzaam vooruit of achteruit rijdt met de auto. Tijdens deze zelfdiagnose hoort u soms een soort gebonk of voelt u trillingen in het rempedaal. Dit is normaal en duidt niet op een storing.

Het ESP-systeem is bedoeld om de bestuurder te helpen de rijstabiliteit te behouden, maar het voorkomt geen ongelukken als gevolg van plotselinge stuurmanoeuvres bij hoge snelheid of door een onzorgvuldige of gevaarlijke rijstijl. Matig uw snelheid, rijd voorzichtig en let vooral op wanneer u rijdt en bochten neemt op glad wegdek.
Breng geen wijzigingen aan in de wielophanging van de auto. Als onderdelen van de wielophanging, zoals schokdempers, veerpoten, veren, driehoekstangen, moffen en wielen niet van het type zijn dat door NISSAN wordt aanbevolen voor uw auto of extreem versleten zijn, werkt het ESP-systeem wellicht niet correct. Dit kan nadelig zijn voor het weggedrag van de auto en de
waarschuwing kan mogelijk knipperen of ${1} de waarschuwing kan oplichten.Het ESP-systeem is door NISSAN ontworpen om samen te werken met remonderdelen die worden aanbevolen door NISSAN. Om te zorgen voor correcte werking van het ESP-systeem raadt NISSAN daarom aan om remonderdelen te gebruiken die door NISSAN worden aangeraden. En deze onderdelen moeten vervangen worden als ze zeer versleten zijn om te zorgen dat het ESP-systeem correct kan functioneren.
Als onderdelen van de tractiemotorregeling geen door NISSAN aanbevolen onderdelen zijn of zeer versleten zijn, kan de
waarschuwing oplichten.Als u op een sterk hellende weg rijdt, zoals een schuin aangelegde bocht in een circuit, werkt het ESP-systeem wellicht niet goed en de
waarschuwing kan mogelijk oplichten. Rijd niet op dit soort wegen.Wanneer u op een onstabiele ondergrond rijdt, zoals een draaitafel, veerboot, lift of hellingbaan, kan het
de waarschuwing kan oplichten. Dit duidt niet op een storing. Start het elektrisch voertuigsysteem opnieuw zodra u weer op een stabiele ondergrond rijdt.Het ESP-systeem is door NISSAN ontworpen om te werken met wielen of banden die worden aanbevolen door NISSAN. Om te zorgen voor correcte werking van het ESP-systeem raadt NISSAN daarom aan om wielen of banden te gebruiken die door NISSAN worden aanbevolen.
Het ESP-systeem is op een besneeuwde weg geen vervanger voor winterbanden of sneeuwkettingen.