Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
9.17.1. ProPILOT Assist activeren
Druk op de ProPILOT Assist-schakelaar (A). Hierdoor wordt het ProPILOT Assist-systeem ingeschakeld en wordt de status van het ProPILOT Assist-systeem op het voertuiginformatiedisplay (B) weergegeven.
Geef gas of minder vaart tot de gewenste snelheid is bereikt.
Druk op de <SET->-schakelaar (C). Het ProPILOT Assist-systeem zal beginnen de ingestelde snelheid automatisch aan te houden. Het ProPILOT Assist-activeringsindicatielampje (D) en de ProPILOT Assist-statusindicatielampjes (E) lichten op (blauw). Wanneer een voorligger met een snelheid van 30 km/u (20 mph) of lager rijdt en de <SET->-schakelaar ingedrukt wordt, dan wordt de snelheid van uw auto ingesteld op 30 km/u (20 mph).

Door het ProPILOT Assist-systeem in te schakelen, zal tegelijkertijd ook het Intelligent Lane Intervention-systeem (ILI) worden ingeschakeld. Voor meer informatie, raadpleeg
.Wanneer de <SET->-schakelaar onder de volgende omstandigheden wordt ingedrukt, kan het ProPILOT Assist-systeem niet worden ingesteld en gaan de indicatielampjes ingestelde voertuigsnelheid (1) gedurende ongeveer 2 seconden knipperen:
Wanneer u onder de 30 km/u (20 MPH) rijdt en de voorligger niet wordt gedetecteerd.
Wanneer de schakelhendel niet in de D-stand (rijden) of handmatige schakelstand staat.
Wanneer de parkeerrem is geactiveerd.
Wanneer de bestuurder de remmen intrapt.
Wanneer het ESP-systeem uit staat. Voor meer informatie, raadpleeg
.Wanneer het ESP-systeem (inclusief het tractiecontrolesysteem) in werking is.
Wanneer een wiel slipt.
Wanneer een portier open staat.
Wanneer de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is vastgemaakt.