Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
8.4. Bovenweergave

De bovenweergave toont het aanzicht van de auto in vogelperspectief, waarbij het makkelijker is om de voertuigpositie en de geschatte koers naar een parkeerplek te bepalen.
Het voertuigpictogram (1) toont de voertuigpositie. Houd er rekening mee dat de afstand tussen objecten die in de bovenweergave worden getoond niet overeenkomt met de werkelijke afstand.
Wanneer de auto dichter bij een object komt, zullen de parkeersensorindicators (sonar) verschijnen. De bestuurder kan tijdens het vooruit- of achteruitrijden de richting en de hoek van de banden bij benadering op het display controleren aan de hand van het bandenpictogram (2). De geschatte koerslijnen (3) geven de voorspelde koers aan tijdens het bedienen van de auto.
De geschatte koerslijnen worden weergegeven op de monitor wanneer er aan het stuurwiel gedraaid wordt. De geschatte koerslijnen zullen verschuiven afhankelijk van de mate waarin het stuurwiel wordt gedraaid. Wanneer de monitor de voorweergave toont en het stuurwiel ongeveer 90 graden of minder vanuit de rechtuitstand wordt gedraaid, zullen de twee groene geschatte koerslijnen (3) vóór de auto worden weergeven. Wanneer het stuurwiel 90 graden of meer wordt gedraaid, zal één groene geschatte koerslijn (4) vóór de auto worden weergegeven. Wanneer de monitor de achterweergave toont, worden de geschatte koerslijnen aan de achterzijde van de auto weergegeven.

Objecten in de bovenweergave lijken verder weg dan ze in werkelijkheid zijn, omdat het vogelperspectief een pseudo-weergave is die wordt verwerkt door de weergaven van de verschillende camera's op de buitenspiegels en op de voor- en achterkant van de auto te combineren.
Grote objecten, zoals een stoeprand of een voertuig, worden mogelijk onjuist uitgelijnd of niet getoond op de overgang tussen de verschillende weergaven.
Objecten die zich boven de camera's bevinden kunnen niet worden weergegeven.
De weergave in vogelperspectief wordt mogelijk onjuist uitgelijnd wanneer de positie van de camera verandert.
Een lijn op de grond wordt mogelijk onjuist uitgelijnd of niet herkend als recht als deze op de overgang tussen de verschillende weergaven komt te liggen. De onjuiste uitlijning neemt toe naarmate de afstand tot de auto groter wordt.