Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
8.13.2.4. Extra informatie
Het TPMS-systeem controleert de bandenspanning van het reservewiel (indien aanwezig) niet.
Het TPMS-systeem wordt alleen geactiveerd wanneer de auto met snelheden boven 25 km/u (16 MPH) rijdt. Dit systeem kan een plotselinge spanningsdaling mogelijk niet detecteren (bijvoorbeeld een lekke band tijdens het rijden).
Het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat niet automatisch uit wanneer de bandenspanning is aangepast. Nadat de banden zijn opgepompt tot de aanbevolen spanning dient u de resetprocedure van het TPMS-systeem uit te voeren, vervolgens rijdt u met een snelheid boven de 25 km/u (16 mph) met het voertuig zodat het TPMS geactiveerd wordt en het waarschuwingslampje lage bandenspanning uit gaat.
Bij een verandering in de buitentemperatuur kan het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaan branden zelfs wanneer de bandenspanning in orde is. Breng de bandenspanning weer op de waarde in KOUDE toestand wanneer de banden koud zijn en voer de resetprocedure uit.
Als het TPMS-systeem niet goed werkt, zal het waarschuwingslampje lage bandenspanning gedurende ongeveer 1 minuut knipperen wanneer de startknop op “ON” wordt gezet. Het lampje blijft na 1 minuut branden. Laat het systeem nakijken door een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.

Als het TPMS-controlelampje gaat branden tijdens het rijden:
vermijd plotselinge stuurmanoeuvres
vermijd plotseling remmen
matig uw snelheid
ga naar de kant van de weg op een veilige plek
stop de auto zo snel mogelijk
Rijden met banden met een te lage bandenspanning kan de banden permanent beschadigen en de kans op bandbreuk vergroten. In dit geval kan de auto ernstige schade oplopen wat tot een ongeval en mogelijk ernstig lichamelijk letsel kan leiden.
Controleer de bandenspanning van alle vier de banden. Regel de bandenspanning volgens de aanbevolen waarden in KOUDE toestand zoals aangegeven op de bandenspanningssticker, zodat het TPMS-controlelampje uit gaat (“OFF”). Een lekke band moet zo snel mogelijk worden vervangen door een reserveband (indien aanwezig). (Zie
voor het vervangen van een lekke band.)Wanneer er een reserveband wordt gemonteerd of een wiel wordt vervangen, werkt het TPMS-systeem niet en gaat het TPMS-controlelampje gedurende ongeveer 1 minuut knipperen. Het lampje blijft na één minuut branden. Volg alle instructies met betrekking tot het vervangen van een wiel en monteer het TPMS-systeem op de juiste wijze.
Als banden worden vervangen door banden die niet door NISSAN zijn voorgeschreven, kan dit een nadelig effect hebben op de juiste werking van het TPMS-systeem.
Voor het tijdelijk repareren van een band kan het originele NISSAN-afdichtmiddel voor bandenreparaties of een gelijkwaardig product worden gebruikt. Spuit geen andere bandenvloeistof of bandenafdichtmiddel in spuitbus in de banden, omdat dit een storing kan veroorzaken in de bandenspanningsensoren.
NISSAN raadt aan alleen het originele NISSAN-afdichtmiddel voor bandenreparaties te gebruiken dat wordt meegeleverd met uw auto. Andere afdichtmiddelen kunnen de afdichtring van de ventielstift beschadigen, waardoor de band luchtdruk kan verliezen. Bezoek zo snel mogelijk na het afdichtmiddel voor bandenreparaties gebruikt te hebben een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer (voor modellen uitgerust met bandenreparatieset).

Wanneer u met een lekke band met het voertuig rijdt, kan de TPMS-sensor van die band beschadigd raken.
Het TPMS-systeem werkt mogelijk niet goed wanneer de wielen zijn uitgerust met sneeuwkettingen of als de wielen bedolven zijn onder sneeuw.
Breng geen gemetalliseerde folie of andere metalen onderdelen (antenne, enz.) aan op de ruiten. Dit kan een slechte ontvangst veroorzaken van de signalen van de bandenspanningssensoren, waardoor het TPMS-systeem niet goed zal werken.
Sommige apparaten en zenders kunnen mogelijk tijdelijk de werking van het TPMS-systeem verstoren en het oplichten van het TPMS-controlelampje veroorzaken. Enkele voorbeelden zijn:
Faciliteiten of elektrische apparaten vlakbij de auto die gelijksoortige radiofrequenties gebruiken.
Als er een zender die is ingesteld op gelijksoortige frequenties vlakbij of in de auto wordt gebruikt.
Als er een computer (of soortgelijk apparaat) of DC/AC-transformator vlakbij of in de auto wordt gebruikt.
Als apparaten die elektrische ruis uitzenden worden aangesloten op de 12-volt stroomvoorziening van het voertuig.
Wanneer u de banden oppompt en de bandenspanning controleert, buig de ventielen dan niet.
Gebruik originele NISSAN-ventieldoppen die voldoen aan de specificaties van de in de fabriek gemonteerde ventieldoppen.
Gebruik geen metalen ventieldoppen.
Monteer de ventieldoppen op de juiste wijze. Zonder de ventieldoppen kunnen de ventielen en bandenspanningssensoren wellicht beschadigd raken.
Beschadig de ventielen en sensoren niet bij het opbergen van de wielen of het monteren van andere banden.
Vervang het TPMS-sensorventiel (inclusief ventielkern en -dop) en de schroef (indien aanwezig) wanneer de banden worden vervangen vanwege slijtage of ouderdom. De schroef (indien aanwezig) moet correct aangebracht worden met een aanhaalmoment van 1,4 ± 0,1 N・m. De sensoren van het TPMS-systeem kunnen wel opnieuw gebruikt worden.
Wees voorzichtig bij het gebruiken van apparaten voor het oppompen van banden met een harde luchtslang, omdat de trekkracht van de lange slang het ventiel zou kunnen beschadigen.
Informatie op het display
TPMS-controlelampje(s) | Mogelijke oorzaak | Aanbevolen maatregel |
| Lage bandenspanning Opmerking: Normaal gesproken neemt de bandenspanning vanzelf af. | Breng de band(en) op de juiste spanning |
| Bij een of meerdere wielen wordt de originele NISSAN TPMS-sensor niet herkend | Controleer of de TPMS-sensoren aanwezig zijn. Als er geen sensor aanwezig is, voeg een originele NISSAN TPMS-sensor toe |
Radiocommunicatiestoringen tussen de TPMS-wielsensor en de TPMS-ontvanger als gevolg van externe factoren. | Rijd weg van het storingsgebied | |
Storingen in onderdelen van het bandenspanningscontrolesysteem | Neem als het probleem aanhoudt contact op met een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer. | |
Voor aanvullende informatie over het waarschuwingslampje lage bandenspanning, zie
.

