Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding
6.8. Grootlichtassistent
De grootlichtassistent treedt in werking wanneer u met de auto rijdt met snelheden boven ongeveer 40 km/u (25 MPH). Als er een tegenligger aankomt of als er een voorligger voor u gaat rijden terwijl u grootlicht aan heeft staan, zullen de koplampen automatisch op dimlicht overschakelen.
Voorzorgsmaatregelen bij de grootlichtassistent

De grootlichtassistent is een zeer handige functie maar geen vervanging voor veilig rijden. De bestuurder moet altijd alert blijven, veilig rijden en grootlicht en dimlicht handmatig bedienen wanneer noodzakelijk.
Grootlicht en dimlicht worden wellicht niet automatisch bediend onder de volgende omstandigheden. Bedien grootlicht en dimlicht dan handmatig.
Tijdens slecht weer (regen, mist, sneeuw, wind, enz.).
Wanneer een lichtbron die lijkt op een koplamp of achterlicht zich in de buurt van de auto bevindt.
Wanneer de koplampen van een tegenligger of een voorligger uit staan, wanneer de kleur van het licht beïnvloed wordt door vreemde materialen op de lampen of wanneer de lichtstraal verkeerd gericht is.
Bij een plotselinge, voortdurende verandering in de lichtsterkte.
Bij rijden over een weg die door heuvels loopt, of over een weg met hoogteverschillen.
Bij rijden op een zeer bochtige weg.
Wanneer een bord of spiegelachtig oppervlak sterk licht naar de voorkant van de auto weerkaatst.
Wanneer de aanhangwagen, enz. van de voorligger sterk licht weerkaatst.
Wanneer een koplamp van uw auto beschadigd of vuil is.
Wanneer de auto scheef staat door een lekke band, doordat de auto gesleept wordt, enz.
De timing van het schakelen tussen dimlicht en grootlicht kan veranderen onder de volgende omstandigheden.
De helderheid van de koplampen van een voorligger of tegenligger.
Beweging en richting van tegenligger en voorligger.
Wanneer maar één lamp van de tegenligger of voorligger brandt.
Wanneer de tegenligger of voorligger een voertuig met twee wielen is.
Wegomstandigheden (helling, bochtig, wegdek, enz.).
Het aantal passagiers en hoeveelheid bagage.
De grootlichtassistent bedienen
Om de grootlichtassistent te activeren, zet de koplampschakelaar in de <AUTO> stand en duw de hendel naar voren (grootlichtstand). Het controlelampje voor de grootlichtassistent gaat branden op het dashboard wanneer de koplampen zijn ingeschakeld.
Als het controlelampje voor de grootlichtassistent niet gaat branden in het bovenstaande geval kan dat betekenen dat het systeem niet goed werkt. Laat het systeem nakijken door een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.
Wanneer de snelheid van de auto daalt tot onder ongeveer 25 km/u (16 MPH) zullen de koplampen op dimlicht blijven staan.
Om de grootlichtassistent uit te schakelen, zet u de koplampschakelaar in de
stand of selecteert u de dimlichtstand door de hendel in de neutrale stand te zetten.
Onderhoud van beeldsensor

De beeldsensor (1) voor de grootlichtassistent bevindt zich vóór de binnenspiegel. Om de goede werking van de grootlichtassistent te garanderen en storingen te voorkomen, dient u het volgende in acht te nemen:
Houd de voorruit altijd schoon.
Plak geen sticker (inclusief van doorzichtig materiaal) en installeer geen accessoire in de buurt van de beeldsensor.
Stoot niet tegen delen direct rondom de beeldsensor en beschadig deze niet. Raak de lens van de optische sensor niet aan.
Als de beeldsensor beschadigd is als gevolg van een ongeval, dient u contact op te nemen met een goed geïnformeerde LEAF-reparateur, zoals een erkende NISSAN EV-dealer.