Nissan LEAF 2023 Gebruikershandleiding

8.2.1. Parkeren met behulp van geschatte koerslijnen

image
  • Kijk altijd om en controleer of het veilig is om te parkeren voordat u achteruit rijdt. Rijd altijd langzaam achteruit.

  • Gebruik de weergegeven lijnen als richtlijnen. Deze lijnen hangen in hoge mate af van het aantal inzittenden, de voertuigpositie, de conditie van het wegdek en de hellingshoek.

  • Indien de banden vervangen zijn door banden met verschillende afmetingen, dan kunnen de geschatte koerslijnen mogelijk niet juist worden weergegeven.

  • Op besneeuwde of gladde wegen kunnen de geschatte koerslijnen mogelijk verschillen van de werkelijke koerslijnen.

  • Als de accu ontkoppeld wordt of leeg raakt, kunnen de geschatte koerslijnen mogelijk niet juist worden weergegeven. In zo'n geval doet u het volgende.

    • Draai het stuurwiel van aanslag tot aanslag terwijl het controlelampje KLAAR om te rijden brandt.

    • Rijd langer dan 5 minuten met de auto op een rechte weg.

  • Wanneer u aan het stuurwiel draait terwijl de startknop in de ACC-stand staat, kunnen de geschatte koerslijnen mogelijk niet juist worden weergegeven.

  • U mag de afstandsrichtlijn en de voertuigbreedtelijn alleen volgen wanneer het voertuig over een vlak, verhard wegdek rijdt. De afstand weergegeven op de monitor dient alleen als richtlijn en kan afwijken van de werkelijke afstand tussen het voertuig en weergegeven objecten.

  • Wanneer u achteruit een heuvel oprijdt, zijn de voorwerpen verder weg dan ze op de monitor lijken. Wanneer u achteruit een heuvel afrijdt, zijn de voorwerpen dichterbij dan ze op de monitor lijken. Gebruik de binnenspiegel of kijk achterom om de afstand tot andere objecten juist in te schatten.

De voertuigbreedtelijnen en de geschatte koerslijnen worden in verhouding breder op het scherm weergegeven dan de werkelijke breedte en koers eigenlijk zijn.

image
  1. Kijk voordat u parkeert of de parkeerplaats vrij is van hindernissen.

  2. De achterweergave van het voertuig wordt op het scherm weergegeven zoals afgebeeld (A) wanneer de schakelhendel in de R-stand (achteruit) wordt gezet.

    image
  3. Rijd langzaam achteruit en draai het stuurwiel zodat de geschatte koerslijnen (B) binnen de begrenzingen van de parkeerplaats blijven (C).

  4. Manoeuvreer het stuurwiel zodat de voertuigbreedtelijnen (D) parallel lopen aan de parkeerplaats (C) en raadpleeg daarbij de geschatte koerslijnen (B).

  5. Wanneer het voertuig geparkeerd is drukt u op de P-knop (parkeren) op de schakelpook en activeert u de parkeerrem.

Hoofdonderwerp: